Toezicht en handhaving zijn nooit een doel op zich, maar zijn altijd gericht op het bereiken van de doelen die achter de regels liggen: gewenst gedrag, ongestoord maatschappelijk verkeer en voorkomen van schade, hinder of overlast. Naleving van (de om deze redenen gestelde) regels heeft o.a. met draagvlak, bekendheid en naleefbaarheid te maken. De strategie voor toezicht en handhaving richt zich op de volgend ladder:
Passende regulering
Voorlichting en communicatie over regels en doelen daarvan
Toezicht houden
Handhaven van de regels
Preventiestrategie
De eerste twee treden van de ladder staan in toenemende mate in de context van de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners en bedrijven. Of breder, van het streven naar minder regels, meer handelingsruimte en -vrijheid voor inwoners en bedrijven, waarmee tegelijkertijd wel een groter beroep op het normbesef en de eigen verantwoordelijkheid van die inwoners en die bedrijven wordt gedaan. Passend reguleren richt zich op ‘niet meer dan nodig’, toepasbaar en naleefbaar. Communicatie richt zich op bekendheid van regels, ondersteunt de naleving. Dit werkt dus ook preventief, evenals zichtbaar toezicht en de dreiging met handhaving. Toezicht richt zich dan zowel op het op de hoogte blijven van de maatschappelijke ontwikkelingen en effecten als op het ‘aanspreken op de regels’. Handhaving is vervolgens gericht op het herstellend, dan wel sanctionerend optreden.
Sanctiestrategie
Als toezicht en waarschuwingen niet leiden tot naleving van de regels, dan kunnen verschillende sanctie-instrumenten worden ingezet.
Last onder bestuursdwang: als de overtreding niet binnen een termijn wordt gestopt dan wordt de overtreding door de overheid gestopt, op kosten van de overtreder;
Last onder dwangsom: als de overtreding niet binnen een termijn wordt gestopt dan moet de overtreder een geldbedrag betalen;
Bestuurlijke boete;
Strafrechtelijke instrumenten (door boa’s, of in samenwerking met politie en OM).
De sanctiestrategie heeft betrekking op de toepassing van bestuurlijke maatregelen en bestaat uit vier stappen:
Bij constatering van de overtreding wordt de betrokkene – indien mogelijk - mondeling aangesproken en krijgt de betrokkene een termijn om de overtreding te herstellen. Er wordt gewaarschuwd voor verdere maatregelen. Eventueel worden de gemaakte afspraken bevestigd via een e-mail naar de overtreder. Op deze wijze wordt de overtreder via actieve communicatie uitleg gegeven over de geconstateerde overtreding en wordt de overtreder aangespoord de overtreding te beëindigen. Indien op voorhand, of gedurende deze stap blijkt dat deze stap niet het gewenste effect zal hebben, wordt direct overgeschakeld naar stap twee.
Als bij een hercontrole blijkt dat de overtreding niet (of niet geheel) ongedaan is gemaakt, wordt de betrokkene per brief geïnformeerd en krijgt de betrokkene een nieuwe termijn om de overtreding te herstellen. Wederom wordt gewaarschuwd voor verdere maatregelen.
Als bij de tweede hercontrole blijkt dat de overtreding niet (of niet geheel) ongedaan is gemaakt, volgt een brief waarin het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel wordt aangekondigd (de vooraanschrijving). Betrokkene krijgt de gelegenheid hierop (binnen een te stellen termijn) een zienswijze in te dienen of alsnog de overtreding te herstellen.
Als bij de derde hercontrole blijkt dat de overtreding niet (of niet geheel) ongedaan is gemaakt of dreiging van herhaling van de overtreding bestaat, volgt de definitieve aanschrijving. Hierbij wordt afgewogen of de aanschrijving nog steeds de meest aangewezen bestuursrechtelijke maatregel is. Hier wordt een eventuele zienswijze in meegewogen.
Wanneer sprake is van acuut gevaar of dreigende onherstelbare schade kan sneller optreden noodzakelijk zijn. Stap één of de eerste drie stappen kunnen dan worden overgeslagen. Ook bij herhaald overtreden kan sneller tot het treffen van bestuursrechtelijke maatregelen worden overgegaan.
De bovenstaande sanctiestrategie is van toepassing als niet in een bijzonder beleidsdocument een andere strategie is vastgesteld. Hierbij kan worden gedacht aan het Damoclesbeleid, waarin voor dat specifieke onderwerp een specifieke strategie is vastgesteld.
Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet
De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO) is onderdeel van de nationale inspanning om de organisatie en uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren. Hierbij is uitgegaan van sterke, onafhankelijke handhavingsinstanties, die passend interveniëren bij iedere bevinding. In dit verband wil dat zeggen, afhankelijk van de situatie weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen strafrechtelijk optreden. Ook, om in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes te maken.
De gemeente Heerenveen conformeert zich bij het toezicht en de handhaving aan de LHSO. De LHSO is een onderdeel van de VTH-kwaliteitscriteria en is verplicht vanwege de ketensamenwerking bij de handhaving. Het is een instrument dat de keuzen ondersteunt om van een bevinding naar interventie te komen. De LHSO biedt rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Hoewel de LHSO is ontwikkeld voor het omgevingsrecht is deze strategie voldoende algemeen om voor de gehele toezicht en handhaving te gebruiken.
De LHSO laat de lokale afwegingsruimte over aanpak en te stellen prioriteiten bij de uitvoering van VTH-taken in takt. Het bevordert tijdige afstemming en eventuele overdracht van dossiers over en weer.
In de afstemming met het OM (het Functioneel Parket in het bijzonder) is besproken dat:
De Friese gemeenten zich actief conformeren aan de LHS(O);
Dat een goede toepassing bevorderd wordt door daarop gericht overleg en uitwisseling van ervaring.
In de LHSO wordt gewerkt met een interventiematrix, zie bijlage 9.6 Interventiematrix LHSO. Hierbij wordt enerzijds gekeken naar de overtreding en anderzijds naar de ernst van de bewuste overtreding. Een bewust gemaakte overtreding met een ernstig gevolg wordt primair strafrechtelijk aangepakt. Een minder zware overtreding wordt bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen aangepakt. Hierbij is nauwe samenwerking met de politie en het OM vereist. De gemeente zal bij de relevante handhavingsdossiers tijdig afstemmen met het OM om een goede afweging te bevorderen over mogelijke bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke interventies. In het Friese VTH-overleg zullen het OM en de Friese VTH-partijen de gewenste uniformiteit nastreven door hierop gericht te overleggen en te rapporteren over aantallen en aard van de bestuurlijke strafbeschikkingen milieu (BSBm’s) en proces verbalen (PV’s) (provinciekaarten). Bij de uitvoering van basistaken (Wet Milieubeheer/milieubelastende activiteiten) heeft de FUMO hierin een belangrijke rol.
Boa structuur domein II
Naast de belangrijke rol van boa’s in de toepassing van de LHSO dienen bestuursorganen (gemeenten en provincie) en de FUMO te voldoen aan de kwaliteitscriteria voor de uitvoering van de VTH-taken. In het bestuurlijk Friese VTH-overleg in 2018 is ingestemd met het uitwerken van een provincie dekkende Boa-structuur. In de provinciaal dekkende Boa-structuur werkt de gemeente Heerenveen samen met de gemeenten De Fryske Marren en Súdwest-Fryslân.