Voor alle subsidieaanvragen gelden de volgende eisen:
**1..** De aanvragers dienen hun subsidieaanvraag in met e-herkenning via www.utrecht.nl/subsidie
**2..** Aanvragers die voor het eerst subsidie aanvragen of waarvan gegevens zijn gewijzigd of die voor 2020 voor het laatst een subsidieaanvraag hebben ingediend sturen tevens mee:
een recent uittreksel uit het Handelsregister van Kamer van Koophandel (niet ouder dan 2 maanden);
een kopie bankafschrift of een foto van de bankpas, waarop duidelijk zichtbaar de naam van de organisatie en het IBAN staan;
de statuten van de organisatie (enkel van toepassing bij rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid).
**3..** Deze subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd voor een periode van 6 jaar (2024-2029).
**4..** Uit de aanvraag moet blijken dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in artikel 6, derde lid van de Algemene subsidieverordening (ASV). De aanvraag gaat vergezeld van de documenten die genoemd worden in de ASV, artikel 6, vierde lid:
een activiteitenplan: een overzicht van de activiteiten met daarbij een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en van de doelen van die activiteiten. In lid 7 en 8 van dit artikel staat welke informatie ten minste moet worden opgenomen voor respectievelijk de aanvraag voor voorschoolse educatie en plusopvang;
een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten. In deze onderbouwing staat per activiteit opgenomen welke personele en materiële middelen nodig zijn voor de activiteiten. Tevens is het gevraagde subsidiebedrag helder onderbouwd met daarbij een sluitende begroting met daarin alle (overige) inkomsten;
**5..** Indien er op een kindercentrum waarvoor subsidie wordt aangevraagd door de toezichthouder Inspectie Kinderopvang hoge prioriteitsovertreding(en) zijn geconstateerd zoals genoemd onder artikel 3 lid 1 sub d, dan dient de subsidieaanvrager gegevens en documenten bij te voegen waaruit blijkt dat deze overtredingen zijn hersteld.
**6..** Een beschrijving van hoe u invulling geeft aan het principe ‘mens volgt werk’ in relatie tot het vraagstuk van overgang van onderneming, indien van toepassing.
**7..** Aanvullende eisen voor een subsidieaanvraag voor voorschoolse educatie:
In het activiteitenplan, zoals benoemd in artikel 6, lid 3.a, is in ieder geval opgenomen:
een toelichting op hoe de subsidieaanvrager uitvoering geeft aan de visie Passende Kinderopvang zoals omschreven in de Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024, waarin specifiek aandacht voor:
de visie van de subsidieaanvrager op hoe de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen onder artikel 2.1, de opgave voor jonge kinderen in Utrecht en de samenwerking met de gemeente en eventuele andere aanbieders van voorschoolse educatie en plusopvang in het kader van deze opdracht.
op welke wijze de subsidieaanvrager kwaliteit biedt op de groepen, omgaat met taakuren en niet-groepsgebonden uren en ervaringen meet van kinderen en ouders;
hoe de subsidieaanvrager een doorgaande leerlijn en samenwerking met het onderwijs (en andere partners) realiseert;
op welke wijze de subsidieaanvrager een ondersteuningsstructuur en ondersteuning biedt aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben en samenwerkt met (kern)partners zoals de sociale basis partijen, de jeugdgezondheidszorg (waaronder team toeleiding), het buurtteam, het samenwerkingsverband Utrecht PO en de aanvullende jeugdhulppartners.
hoe de subsidieaanvrager inzet op gelijkwaardige samenwerking en educatief partnerschap met ouders. Specifiek hoe subsidieaanvrager aandacht heeft in de gehele organisatie om ouders van kinderen op de voorschool extra te ondersteunen in het proces van aanmelding, het aanvragen van kinderopvangtoeslag en eventuele verdere vragen. En hoe hij hierin samenwerkt met de jeugdgezondheidszorg, waaronder team Toeleiding;
op welke wijze de subsidieaanvrager zorgdraagt voor voldoende kwalitatief personeel om de voorgenomen groepen te bemensen;
welke ervaring de subsidieaanvrager heeft met het aanbieden van voorschoolse educatie binnen en buiten Utrecht;
de mate waarin de aanvraag bijdraagt aan het bereiken van de doelgroep.
de subsidieaanvrager levert een onderbouwde prognose uitgesplitst per wijk van hoeveel locaties, groepen en kindplaatsen (per week en op jaarbasis) de organisatie biedt en hoeveel kinderen de subsidieaanvrager verwacht een plek te kunnen bieden, uitgesplitst naar kinderen met een indicatie en kinderen zonder een indicatie en tevens met onderscheid tussen recht op kinderopvangtoeslag en geen recht op kinderopvangtoeslag (zie bijlage 1 Formats prognose, begroting en verantwoording passende kinderopvang onderdeel VE);
intentieverklaring: bij uitvoeren van voorschoolse educatie in een schoolgebouw, aantoonbare (intentie) samenwerkingsafspraken met de school en schoolbestuur;
bij uitvoeren van voorschoolse educatie in gemeentelijk vastgoed: een lijst met locaties inclusief adres met onderbouwing van keuze voor deze locatie.
**8..** Aanvullende eisen voor eensubsidieaanvraag voor het bieden van plusopvang:
De subsidie voor plusopvang kan enkel worden aangevraagd voor de varianten zoals genoemd in artikel 5 lid 2.
In het activiteitenplan, zoals benoemd in artikel 6, lid 3.a, is in ieder geval een toelichting opgenomen die de volgende onderdelen bevat:
hoe de subsidieaanvrager uitvoering geeft aan de visie Passende Kinderopvang zoals omschreven in de Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024;
een concrete beschrijving van de uitvoering van de plusopvang activiteiten, voor welke doelgroep subsidie wordt aangevraagd (0-4 of 4-12 en welke doelgroep kenmerken), in hoeverre de activiteiten aanvullend zijn op de wettelijke eisen zoals genoemd in de Wet Kinderopvang en in hoeverre continuïteit wordt gewaarborgd van de activiteiten uitgevoerd binnen de huidige opdracht. De varianten genoemd in artikel 5 lid 2 kunnen daarbij als richtlijn worden gebruikt;
hoe de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen passende kinderopvang, ‘de beweging naar voren’ en hoe de aanvraag aansluit bij de leidende principes;
hoe in de uitvoering de plusgroep integreert met de reguliere groep(en) en welke inspanning subsidieaanvrager doet om kinderen weer te laten uitstromen naar de reguliere groep en/of een lichtere vorm van ondersteuning toepast;
een onderbouwde prognose van: het aantal locaties, het aantal groepen, het aantal beschikbare kindplaatsen (per week en op jaarbasis), de verwachte prognose van het aantal bezette kindplaatsen dat de organisatie biedt en hoeveel (unieke) kinderen de subsidieaanvrager verwacht te bereiken;
hoe de keuze voor plusopvang locaties en groepen tot stand is gekomen, aansluitend op de vraag van de doelgroep in de wijk/school en hoe de subsidieaanvrager daarover afstemming heeft gezocht met de doelgroep en partners, zoals scholen, het buurtteam, de jeugdgezondheidszorg en de aanvullende jeugdhulp;
hoe subsidieaanvrager de toeleiding naar de plusopvang vormgeeft, hoe de subsidieaanvrager daarin zorgdraagt voor het bereiken van de juiste doelgroep in de stad en hoe subsidieaanvrager daarover samenwerkt met partners, zoals scholen, het buurtteam, de jeugdgezondheidszorg en de aanvullende jeugdhulp.
hoe de subsidieaanvrager samenwerkt met andere plusopvang aanbieders, partijen uit de sociale basis, basiszorg en aanvullende jeugdhulp
Artikel 6
Eisen aan de subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel subsidie Passende Kinderopvang gemeente Utrecht