De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden op basis van onderstaande criteria beoordeeld.
**1..** Beoordeling Voorschoolse Educatie
De aanvraag wordt door een ambtelijke beoordelingscommissie gewaardeerd op basis van onderstaande criteria. In totaal kan de aanvraag maximaal 100 punten scoren.
Criterium 1: Visie op de opgave in de stad en samenwerking (totaal maximaal 20 punten)
De mate waarin de aanvraag aansluit op en bijdraagt aan de ambitie van de Nota van uitgangspunten Passende Kinderopvang vanaf 2024, de doelstellingen van voorschoolse educatie en het werken in partnerschap aan de stedelijke opgave voor jonge kinderen.
Subsidieaanvrager geeft aan op welke wijze de aanvraag bijdraagt aan de genoemde doelstellingen onder artikel 2 lid 1 en hoe subsidieaanvrager de collectieve opgave voor jonge kinderen in de stad ziet en wat zijn rol daarin kan zijn (maximaal 10 punten);
Subsidieaanvrager geeft zijn de visie op samenwerking en kennis delen met de gemeente, waaronder de jeugdgezondheidszorg, eventuele andere VE-aanbieders en partners in de wijk (maximaal 10 punten).
Een gesprek maakt voor dit criterium onderdeel uit van de beoordelingsprocedure. Hierin geeft de aanvrager een mondelinge toelichting op zijn aanvraag met betrekking tot criterium 1. Dit zal een gesprek zijn van een uur. Vanuit de gemeente zullen hierbij twee personen aanwezig zijn, de teammanager onderwijs en een lid van de beoordelingscommissie. Het gesprek kan van invloed zijn op de scores van de onderdelen a en b van dit artikel.
Beoordeling criterium 1:
De aanvraag wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en:
De mate waarin de aanvraag aansluit bij ambities en doelstellingen van de gemeente ten aanzien van de opgave en samenwerking in de stad;
Concreet en realistisch onderbouwd is;
Meer vertrouwen geeft in het bereiken van de doelstellingen.
Criterium 2: Kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van activiteiten (totaal maximaal 50 punten)
De mate waarin de aanvraag aansluit op de gewenste kwaliteit en continuïteit van uitvoering van de activiteiten.
Subsidieaanvrager geeft aan op welke wijze subsidieaanvrager inzet op het bieden van goede kwaliteit op de groepen en hoe subsidieaanvrager de ervaringen van kinderen en ouders meet (maximaal 10 punten);
Subsidieaanvrager geeft aan op welke wijze hij zorgt voor een doorgaande leerlijn en samenwerking met het onderwijs en de partners in de wijk (maximaal 10 punten);
Subsidieaanvrager geeft aan hoe de ondersteuningsstructuur in de organisatie eruitziet, op welke wijze subsidieaanvrager de benodigde ondersteuning biedt aan kinderen die dit nodig hebben en hoe subsidieaanvrager vormgeeft aan de samenwerking met (kern)partners (maximaal 10 punten);
Subsidieaanvrager geeft aan op welke wijze hij inzet op gelijkwaardige samenwerking, educatief partnerschap en hoe subsidieaanvrager aandacht heeft in de gehele organisatie om ouders van kinderen op de voorschool extra te ondersteunen in het proces van aanmelding, het aanvragen van kinderopvangtoeslag en eventuele verdere vragen. En hoe hij hierin samenwerkt met de jeugdgezondheidszorg, waaronder team Toeleiding (maximaal 10 punten);
Subsidieaanvrager geeft aan welke ervaring hij heeft met het bieden van voorschoolse educatie (binnen en buiten Utrecht) en hoe subsidieaanvrager zorgt over voldoende kwalitatief personeel te beschikken en te behouden om de voorgenomen groepen te bemensen (maximaal 10 punten).
Een gesprek maakt voor dit criterium onderdeel uit van de beoordelingsprocedure. Hierin geeft de aanvrager een mondelinge toelichting op zijn aanvraag met betrekking tot criterium 2. Dit zal een gesprek zijn van een uur. Vanuit de gemeente zullen hierbij twee personen aanwezig zijn, de teammanager onderwijs en een lid van de beoordelingscommissie. Het gesprek kan van invloed zijn op de scores van de onderdelen a t/m e van dit artikel.
Beoordeling criterium 2:
De aanvraag wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en:
De mate waarin de aanvraag aansluit bij ambities en doelstellingen van de gemeente en partners in de stad ten aanzien kwaliteit, continuïteit en samenwerking;
Concreet en realistisch onderbouwd is;
Bekendheid toont met het bieden van kwalitatief goede voorschoolse educatie en relevante samenwerking met partners rondom het jonge kind.
Criterium 3: Mate waarin de juiste doelgroep wordt bereikt en de keuze voor locaties aansluit op de vraag (totaal maximaal 30 punten)
De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de opgave in de stad.
Subsidieaanvrager geeft aan op welke wijze de aanvraag bijdraagt aan de behoefte aan voorschoolse educatie in de stad en het bereiken van kinderen met en zonder een indicatie en geef hiervan een onderbouwing met betrekking tot de verschillende wijken in Utrecht en locaties, groepen en kindplaatsen waarvoor subsidieaanvrager een aanvraag indient (maximaal 30 punten).
Beoordeling criterium 3:
De aanvraag wordt hoger gewaardeerd als:
De locaties waarvoor subsidie wordt aangevraagd gelegen zijn in wijken met veel kinderen met een indicatie;
De aanvraag een substantiële bijdrage levert aan het aantal te bereiken kinderen met een indicatie;
De groepen gehuisvest zijn in schoolgebouwen;
De aanvraag concreet en realistisch onderbouwd is.
**2..** Beoordeling plusopvang
De aanvraag wordt door een ambtelijke beoordelingscommissie gewaardeerd op basis van onderstaande criteria. In totaal kan de aanvraag maximaal 100 punten scoren. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie dient de aanvraag minimaal 55 punten te scoren.
Criterium 1: Visie op de inhoudelijke opgave in de stad en samenwerking(totaal maximaal 25 punten)
De mate waarin de aanvraag bijdraagt aan de doelstellingen van Passende Kinderopvang,de beweging naar voren en hoe de aanvraag aansluit bij de leidende principes.
Beschrijf de wijze waarop:
de aanvraag aansluit bij de visie van de nota Passende Kinderopvang, het bieden van plusopvang en de beoogde doelstellingen, zoals genoemd in artikel 2 lid 2 (maximaal 10 punten);
verbinding met de reguliere kinderopvang, voorschool en/of BSO plaatsvindt. Maak concreet hoe in de uitvoering de plusgroep zo veel als mogelijk integreert met de reguliere groep(en) en welke inspanning subsidieaanvrager doet om kinderen weer te laten uitstromen naar de reguliere groep en/of een lichtere vorm van ondersteuning toepast (maximaal 5 punten);
samenwerking plaatsvindt met andere plusopvang aanbieders en hoe de aanvrager zich inspant voor gezamenlijk monitoren, leren en ontwikkelen (maximaal 5 punten);
samenwerking plaatsvindt met andere partners uit de stad, zoals kinderopvang, scholen, partners uit de sociale basis, basiszorg en aanvullende jeugdhulp (maximaal 5 punten).
Een gesprek maakt voor dit criterium onderdeel uit van de beoordelingsprocedure. Hierin geeft de aanvrager een mondelinge toelichting op zijn aanvraag met betrekking tot criterium 1. Dit zal een gesprek zijn van een uur. Vanuit de gemeente zullen hierbij twee personen aanwezig zijn, de teammanager jeugd en een lid van de beoordelingscommissie. Het gesprek kan van invloed zijn op de scores van de onderdelen a t/m d van dit artikel.
Beoordeling criterium 1:
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en deze:
concreet en realistisch onderbouwd is;
meer vertrouwen geeft in het bereiken van de doelstellingen;
meer blijk geeft van de bekendheid met de werking en de doelstellingen van de leidende principes en de ‘beweging naar voren’.
Criterium 2: Kwaliteit en continuïteit van de uitvoering van activiteiten(totaal maximaal 25 punten)
Mate waarin deaanvraag kwaliteit van de activiteitenen inhoudelijke continuïteit waarborgt.
Beschrijf de wijze waarop:
de plusopvang activiteiten worden uitgevoerd en hoe de kwaliteit van de activiteiten wordt gewaarborgd (maximaal 15 punten);
de aanvraag continuïteit borgt van de activiteiten uitgevoerd binnen de huidige opdracht, hoe voortgebouwd wordt op opgedane kennis en ervaring in Utrecht omtrent het bieden van plusopvang en de samenwerking met relevante partners (maximaal 10 punten).
Een gesprek maakt voor dit criterium onderdeel uit van de beoordelingsprocedure. Hierin geeft de aanvrager een mondelinge toelichting op zijn aanvraag met betrekking tot criterium 2. Dit zal een gesprek zijn van een uur. Vanuit de gemeente zullen hierbij twee personen aanwezig zijn, de teammanager jeugd en een lid van de beoordelingscommissie. Het gesprek kan van invloed zijn op de scores van de onderdelen a en b van dit artikel.
Beoordeling criterium 2:
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en deze:
concreet en realistisch onderbouwd is;
inzicht geeft op welke wijze de aanvraag aanvullend is op de reguliere taken van de wet kinderopvang;
meer bekendheid toont met relevante netwerken waarmee de aanvrager samenwerkt of gaat samenwerken in de stad en in de wijken;
meer blijk geeft van het zorgdragen voor inhoudelijke continuïteit.
Criterium 3: Mate waarinde juiste doelgroep wordt bereikt en hoe de keuze voor pluslocaties aansluit op de vraag (totaal maximaal 35 punten)
Mate waarin de juiste doelgroep wordt bereikt en de gekozen locaties aansluiten op de vraag van de doelgroep.
Beschrijf de wijze waarop:
de aanvraag bijdraagt aan de behoefte aan plusopvang in de stad en hoe ervaringen en inzichten van de doelgroep worden meegenomen in de werkwijze (maximaal 10 punten);
de juiste doelgroep wordt bereikt. Maak concreet hoe en met welke partners wordt samengewerkt en welke afspraken nodig zijn (bijvoorbeeld rond toeleiding) om de juiste doelgroep te bereiken (maximaal 15 punten);
de keuze voor plusopvang locaties en groepen tot stand is gekomen, aansluitend op de vraag van de doelgroep in de wijk/school. Maak concreet hoe en met welke partners hierover afstemming is gezocht (maximaal 10 punten).
Beoordeling criterium 3:
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaandepunten geeft en deze:
concreet en realistisch onderbouwd is;
aantoont op welke wijze de juiste doelgroep wordt bereikt en het aanbod aansluit bij wat de doelgroep nodig heeft;
aantoont op welke wijze de aanvrager zich inzet om de juiste kinderen te bereiken en doorstroom/uitstroom naar reguliere groepen bevordert;
aantoont op welke wijze de aanvrager zich medeverantwoordelijk voelt om op stedelijk niveau schaarste van plekken en middelen zo te verdelen dat de kinderen die dit het hardst nodig hebben hier gebruik van kunnen maken.
Criterium 4: Efficiënte en effectieve inzet van middelen (totaal maximaal 15 punten)
De mate waarin er een logisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde middelen.
Geef een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten met een gedetailleerde uitwerking voor het eerste jaar, zoals aangegeven in artikel 6 van deze Nadere regel (maximaal 15 punten).
Beoordeling criterium 4:
De beschrijving wordt hoger gewaardeerd als deze een volledige beschrijving van bovenstaande punten geeft en deze:
een logisch verband laat zien tussen de activiteiten en de daarvoor benodigde middelen. Als referentiekader wordt het verband tussen het aanbod en de kosten van de voorschoolse educatie en/of vergelijkbare groepen vanuit de aanvullende jeugdhulp gebruikt;
efficiënte inzet van middelen laat zien;
realistisch onderbouwd is;
inzicht biedt in het bereik (aantal kinderen, aantal verwachte bezette dagdelen per jaar).
Artikel 9
Beoordeling subsidieaanvraag
Onderdeel van Nadere regel subsidie Passende Kinderopvang gemeente Utrecht