Bij de besluitvorming geldt de volgende procedure:
**1..** De tijdig en volledig ontvangen subsidieaanvragen worden op basis van de in artikel 9 benoemde criteria beoordeeld op basis van een puntensysteem;
**2..** Aanvragen worden gerangschikt op basis van de gegeven punten;
**3..** De beoordeling wordt uitgevoerd door een ambtelijke beoordelingscommissie;
**4..** De beoordeling binnen de beoordelingscommissie wordt gedaan op basis van consensus op hele en halve cijfers;
**5..** Burgemeester en wethouders verlenen aan maximaal 6 partijen subsidie voor de uitvoering van voorschoolse educatie en maximaal 6 partijen subsidie voor de uitvoering van 'plusopvang’;
**6..** Op basis van de beoordeling besluiten burgemeester en wethouders uiterlijk 13 oktober 2023 over de aanvraag;
**7..** Besluitvorming over de aanvragen voor voorschoolse educatie vindt als volgt plaats:
Aanvragen die minder dan 55 punten scoren, worden per definitie geweigerd;
Indien meer dan 6 partijen 55 punten of meer scoren, dan bepaalt de score de rangorde, waarbij de zes hoogst scorende aanvragers subsidie ontvangen.
Indien er meerdere partijen zijn met dezelfde score, dan geldt de hoogste score op criterium 3 uit artikel 9 lid 1, als doorslaggevend voor het bepalen van de rangorde;
Indien meerdere subsidieaanvragers, die op basis van hun rangorde in aanmerking komen voor subsidie, voor eenzelfde basisschoollocatie(s) subsidie hebben aangevraagd, dan wordt de subsidie verleend aan de partij die beschikt over een (intentie) samenwerkingsverklaring van de school en het schoolbestuur;
Indien meerdere subsidieaanvragers, die op basis van hun rangorde in aanmerking komen voor subsidie, voor eenzelfde gemeentelijke locatie, subsidie hebben aangevraagd, dan wordt de locatie 'toegewezen’ en subsidie verleend aan de partij die de afgelopen periode reeds in deze locatie voorschoolse educatie heeft aangeboden, of indien dit niet het geval is, dan wordt de locatie 'toegewezen’ aan de partij met de hoogste score;
Indien de gewenste spreiding van de uitvoering van voorschoolse educatie (artikel 5 lid 1) over de stad onvoldoende kan worden gerealiseerd met de geselecteerde subsidieaanvragen (bijvoorbeeld wanneer sprake is van te veel of te weinig aanvragen voor een bepaalde wijk gezien de te bedienen doelgroep populatie), kunnen burgemeester en wethouders besluiten om:
Een deel van de aangevraagde subsidie op basis van verwachte behoefte per wijk niet te verlenen. Hierbij wordt voorrang gegeven aan de groepen gehuisvest in scholen. Aan de aanbieders met een intentieverklaring van het schoolbestuur wordt de subsidie verleend;
Afzonderlijk met iedere subsidieaanvrager in gesprek te gaan over hoe het ontbrekende aanbod toch gerealiseerd kan worden. De (maximaal 6) geselecteerde aanvragers krijgen de gelegenheid hier een aanvullende aanvraag voor te doen binnen een termijn van 4 weken na verleningsbeschikking. De aanvrager met de hoogste score komt in aanmerking voor subsidie voor het ontbrekende aanbod;
Indien het totaal aangevraagde subsidiebedrag het subsidieplafond overschrijdt, dan worden aanvragen beschikt op basis van artikel 10 lid 7.f. Indien dit niet tot voldoende verlaging leidt, worden de subsidieaanvragen naar rato voor een lager bedrag verleend.
**8..** Besluitvorming over aanvragen voor plusopvang:
Aanvragen die minder dan 55 punten scoren, worden per definitie geweigerd;
Indien meer dan 6 partijen 55 punten of meer scoren, dan bepaalt de score de rangorde, waarbij de zes hoogst scorende aanvragers subsidie ontvangen;
Indien er meerdere partijen zijn met dezelfde score, dan geldt de hoogste score op criterium 3 uit artikel 9 lid 2, als doorslaggevend voor het bepalen van de rangorde.
Indien de gewenste spreiding van de uitvoering van ‘plusopvang’ (artikel 5 lid 2) over de stad onvoldoende kan worden gerealiseerd met de geselecteerde subsidieaanvragen (bijvoorbeeld wanneer sprake is van te veel aanbod in bepaalde wijken ten opzichte van geen aanbod in andere wijken), kunnen burgemeester en wethouders besluiten om:
Een deel van de aangevraagde subsidie op basis van verwachte behoefte per wijk niet te verlenen. Hierbij wordt gekeken naar de onderbouwing voor de locatiekeuze, zoals genoemd in criterium 3 artikel 9 lid 2;
Indien het totaal aangevraagde subsidiebedrag het subsidieplafond overschrijdt, dan worden aanvragen beschikt op basis van artikel 10 lid 8 d. Indien de spreiding voldoende wordt gewaarborgd, worden de subsidieaanvragen naar rato voor een lager bedrag verleend.