**1..** De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder met inachtneming van een opzegtermijn van
een maand;
bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.9 de vergunning wordt
overgeschreven.
**2..** Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen :
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3 genoemde vereisten voor het
toewijzen van een standplaats;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het
verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
ontheffing is vereist;
Indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde
termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
Indien van de verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt voor wat betreft een of meer
artikelengroepen en/of subgroepen of anderszins discrepantie bestaat tussen de omschrijving
van artikelen in de vergunning en de feitelijk verhandelde artikelen;
**3..** Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.9 is overgeschreven, reeds vergunning
heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.10
Intrekken of wijzigen vergunning
Onderdeel van Marktverordening Voorschoten 2001