Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 2.10

Intrekken of wijzigen vergunning

Onderdeel van Marktverordening Voorschoten 2001

1.. De vergunning voor het innemen van een vaste plaats wordt ingetrokken: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder met inachtneming van een opzegtermijn van een maand; bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 2.9 de vergunning wordt overgeschreven. 2.. Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen : indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 2.3 genoemde vereisten voor het toewijzen van een standplaats; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; Indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; Indien van de verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt voor wat betreft een of meer artikelengroepen en/of subgroepen of anderszins discrepantie bestaat tussen de omschrijving van artikelen in de vergunning en de feitelijk verhandelde artikelen; 3.. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 2.9 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste plaats op dezelfde markt, wordt deze vergunning ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel