**1..** In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de
vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de
geregistreerde partner of levenspartner van de vergunninghouder.
**2..** Indien de vergunninghouder niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een
kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie
jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende
eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
**3..** Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste en het tweede lid,
dan kan een medewerker van de vergunninghouder voor een vergunning voor een vaste plaats in
aanmerking komen indien hij minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf
van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dat
bedrijf heeft gefunctioneerd.
**4..** Een aanvraag tot overschrijving als bedoeld in lid 1, 2 en 3, wordt ingediend binnen twee maanden
na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is
vastgesteld.
**5..** Ingeval van vrijwillige beëindiging van de werkzaamheden als marktkoopman kan de
vergunninghouder tenminste twee maanden daarvoor een verzoek tot overschrijving van de
vergunning op een gezinslid of medewerker indienen. Voor honorering van dat verzoek dient dat
gezinslid of die medewerker minimaal drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de
standplaatshouder te hebben gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar te hebben
gefunctioneerd.
**6..** Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.9
Overschrijving vergunning
Onderdeel van Marktverordening Voorschoten 2001