Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2

Artikel 2.9

Overschrijving vergunning

Onderdeel van Marktverordening Voorschoten 2001

1.. In geval van overlijden dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of levenspartner van de vergunninghouder. 2.. Indien de vergunninghouder niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 3.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste en het tweede lid, dan kan een medewerker van de vergunninghouder voor een vergunning voor een vaste plaats in aanmerking komen indien hij minimaal drie jaar onafgebroken in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dat bedrijf heeft gefunctioneerd. 4.. Een aanvraag tot overschrijving als bedoeld in lid 1, 2 en 3, wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 5.. Ingeval van vrijwillige beëindiging van de werkzaamheden als marktkoopman kan de vergunninghouder tenminste twee maanden daarvoor een verzoek tot overschrijving van de vergunning op een gezinslid of medewerker indienen. Voor honorering van dat verzoek dient dat gezinslid of die medewerker minimaal drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de standplaatshouder te hebben gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar te hebben gefunctioneerd. 6.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel