Artikel 2.3.2.1 Het bestuursorgaan zal een Bibob onderzoek uitvoeren voor de aangevraagde beschikking, zoals genoemd in artikel 3:3 van de APV, artikel 30b Wet op de kansspelen en artikel 2:39 van de APV indien sprake is van:
vestiging van een nieuw bedrijf,
de overname van een bestaand bedrijf,
de overname van (de meerderheid van) de aandelen van een bestaand bedrijf,
een nieuw bestuur van een bestaand bedrijf of
wijziging van financier of rechtsvorm van de onderneming en de aanvrager de vier voorgaande jaren niet is getoetst aan de Wet.
Artikel 2.3.2.2 Het bestuursorgaan zal, naast het bepaalde in artikel 2.3.2.1, een Bibob onderzoek uitvoeren als bij de aanvraag:
vanuit eigen informatie en/of
vanuit informatie van een of meerdere partners binnen het samenwerkingsverband RIEC en/of
vanuit het OM, het Bureau of van een ander bestuursorgaan of rechtspersoon met een overheidstaak verkregen informatie als bedoeld in artikel 11 juncto 26 van de Wet (tip) en/of
vanuit informatie op basis van het ondermijningsbeeld en/of
indicatoren kunnen duiden,
dat er een gevaar bestaat dat een vergunning zal worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten, en/of het plegen van strafbare feiten, dan wel het plegen van een strafbaar feit ter verkrijging of behoud van de vergunning.
Artikel 2.3.2.3 Het bestuursorgaan zal bij een reeds verleende beschikking, als bedoeld in artikel 2.3.2.1 periodiek een Bibob onderzoek uitvoeren. Deze periodieke toets zal eens in de vier jaar worden uitgevoerd.
Artikel 2.3.2.4 het bestuursorgaan kan bij een Bibob onderzoek, in het kader van inrichtingen genoemd in artikel 2.3.2.1, het Bureau om advies vragen over de mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 9 van de Wet.
Artikel 2.3.2