Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.7

Locatiebeleid en duur van evenementen

Onderdeel van Evenementenbeleid Meierijstad Uitvoeringsnota 2023-2026

Kenmerkend is de grote stabiliteit in evenementen. De meeste worden jaarlijks georganiseerd. Soms worden veranderingen doorgevoerd. Organisatoren vernieuwen evenementen met activiteiten of muziekkeuzes of ze willen hun evenementen verlengen. Daarnaast verdwijnen er ook evenementen en komen er nieuwe bij. De ervaring leert dat het - wat betreft nieuwe evenementen - gaat om enkele per jaar. Wij willen ruimte (blijven) bieden aan bestaande en nieuwe evenementen op de genoemde ‘evenementenlocaties’ of elders in de gemeente. Indien meerdere organisatoren op eenzelfde locatie een eigen activiteit/evenement willen houden, dan is het beleid niet wie het eerst komt het eerst maalt. Jaarlijks terugkerende evenementen hebben voorrang. De combinatie van dynamiek van bestaande evenementen, de beperkte groei van nieuwe evenementen en de overlast/bescherming van de leefomgeving en omwonenden maakt dat wij kiezen voor maatwerkafwegingen. Er worden op voorhand geen maximale aantallen evenementen voor een locatie bepaald. Ook geen maximale aantallen muziekevenementen of een maximaal aantal dagen dat een meerdaags evenement mag duren. Uitgangspunt is dat we de huidige evenementen en de locaties als vertrekpunt nemen. Voor een substantiële uitbreiding van een bestaand evenement dan wel voor nieuwe evenementen hanteren we de volgende algemene regels: Er wordt onderscheid gemaakt in een evenement waarbij muziekgeluid het evenement ondersteunt en een evenement waar het om de muziek draait. In het kader van geluid (zie paragraaf 5.5.2) worden deze evenementen aangeduid als respectievelijk geluidsklasse 1 (evenement met muziekondersteuning) en geluidsklasse 2 (muziekevenement). Tussen evenementen op eenzelfde locatie moeten de volgende ruimtes zitten: Tussen muziekevenementen met geluidsklasse 2 zit minimaal twee weekenden geen evenement (geluidsklasse 1 en 2) Tussen evenementen met geluidsklasse 1 zit minimaal 1 weekend geen evenement Op bovenstaande regels kunnen uitzonderingen zijn: incidentele evenementen rondom bijvoorbeeld een WK of EK van het Nederlands voetbalteam kunnen aanleiding zijn om de rustperiode te verkorten. Uitzonderingen worden ook toegestaan voor de bekende (jaarlijks) terugkerende evenementen. Deze evenementen worden meestal op een vaste dag of datum gehouden, maar enkele van die evenementen verschuiven qua termijn per editie. Door deze verschuiving kan er een probleem ontstaan met een ander (jaarlijks) terugkerend evenement. Als in deze gevallen een rustperiode van twee weekenden tussen evenementen met geluidsklasse 2 of een rustperiode van 1 weekend tussen evenementen met geluidsklasse 1 niet lukt dan worden deze weekenden vooraf of erna gecompenseerd. Meerweekse evenementen zijn evenementen met een minimale duur van 8 en maximale duur van 28 dagen of 4 weekenden met samenhang in programma en/of inrichting van het evenemententerrein. Gelet op de duur en het effect op de leefomgeving zijn de volgende aanpassingen op de geluidsnormen en sluitingstijden van toepassing: Op de beschikbare weekenddagen (vr-za-zo) mag een activiteit maximaal geluidsklasse 2 hebben op 2 van deze 3 dagen. De wijze waarop de organisator dit invult is aan hem. De overige uren op de drie weekenddagen is maximaal geluidsklasse 1 van toepassing. Doordeweeks (ma tot en met do) zijn de regels t.a.v. geluid van toepassing voor terrassen zoals vastgelegd in de APV/VFL en het horecabeleid 15 (er mogen geen geluidsapparatuur of separate geluidsboxen staan of er mag geen levende muziek ten gehore worden gebracht). In feite zijn de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit aan de orde (zie ook paragraaf 5.5.7) Sluitingstijden gedurende de gehele week is 24.00 uur. Voor de weekenddagen wijkt dit af t.o.v. niet-meerweekse evenementen, die tijdens de weekenddagen een sluitingstijd van 01.00 uur kennen. (zie paragraaf 5.5.4). Het aanvragen van een 2de meerweeks evenement door dezelfde organisatie of een daarmee verwachte organisatie op dezelfde is niet mogelijk. Van oudsher worden in Meierijstad rondom Kerst en Nieuwjaar ijsbanen aangelegd al dan niet met een randprogramma (zie paragraaf 3.4.6). Deze meerweekse evenementen kennen een looptijd van 5 weekenden. Zij vormen daarmee een uitzondering op de definitie meerweeks evenement. Evenementen en incidentele en collectieve festiviteiten kunnen elkaar aanvullen of ‘in de weg zitten’. Hierbij hanteren we de volgende (spel)regels: Evenementendagen of -uren in een meerweekse evenement waar sprake is van geluidsklasse 1, kunnen niet worden ingevuld met een incidentele festiviteit (geluidsklasse 2). Een incidentele festiviteit met geluidsklasse 2 kan niet 2 weekenden voor of na een collectieve festiviteit met geluidsklasse 2 plaatsvinden (dit is vergelijkbaar als bij evenementen zie punt 2 hierboven: twee weekenden rust voor en na een evenement van geluidsklasse 2). Twee weekenden voor of na een collectieve festiviteit met geluidsklasse 2 is er op dezelfde locatie geen evenement met geluidsklasse 2 mogelijk (dit past eveneens bij punt 2 hierboven voor evenementen). Uitzondering is als er op deze locatie tijdens een collectieve festiviteit er geen inrichting was die muziek ten gehore brachten met geluidsnorm 2. Een collectieve festiviteit kan in principe geen deel uitmaken van een meerweeks evenement. Uitzondering hierop zijn evenementen die zich richten op maatschappelijke activiteiten aansluitend op deze collectieve festiviteit zoals bijvoorbeeld de sleuteloverdracht, pronkzittingen, harmonieoptredens in het weekend voor carnaval of een Oranjeweek met allerlei activiteiten in een weekend rondom Koningsdag. Voor deze weekenden gelden dezelfde regels t.a.v. geluid en sluiting als bij een meerweeks evenement. De gemeente wordt regelmatig gevraagd om medewerking te verlenen aan de plaatsing van een tent of andere voorziening door een horeca-ondernemer op een locatie die niet aanpalend is aan zijn/haar bedrijf. Tegelijkertijd wil men dan de eigen horecavoorziening sluiten. Dit speelt met name bij volksfeesten als carnaval en kermissen. Hieraan verlenen we in principe geen toestemming, omdat juist de eigen horecagelegenheid is ingericht en bestemd voor dergelijke evenementen. Bovendien geeft dit precedentwerking (dan willen ook andere horeca-ondernemers een tent elders plaatsen). Uitzondering die de gemeente ziet, is als sprake is van een tent t.b.v. maatschappelijke activiteiten passend bij deze collectieve festiviteit zoals hierboven eerder omschreven bij carnaval, kermis of Koningsdag en waarbij in tweede aanleg de tent in hetzelfde weekend ook gebruikt wordt voor een aanvullend eigen evenement door een horeca-ondernemer, die de eigen locatie dan sluit. Bovenstaande algemene regels zijn gebaseerd op een analyse van de huidige evenementen en gesprekken met organisatoren. Het kan desalniettemin zijn dat er (nood)situaties zijn dat de genoemde regels knellen. Wij houden ons dan ook het recht voor om goed gemotiveerd af te wijken van het omschreven evenementenbeleid (zie ook hoofdstuk 8). 15 Uit horecabeleid 2019, bijlage 2, punt 4p en VFL, art 8.8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel