Voor het stellen van geluidsnormen adviseert ODBN om aansluiting te zoeken bij het gestelde in de 'Nota evenementen met een luidruchtig karakter' van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg’ 19 . Hoewel het niet verplicht is om de notitie Limburg te hanteren, wordt deze wel vaak gebruikt door het bestuur en de gerechtelijke macht omdat het een vrij algemeen geaccepteerde objectieve norm is van wat onduldbare geluidshinder is.
In deze nota staat dat duldbaar moet worden geacht een geluidsbelasting binnen in de woning van maximaal 50 dB(A). Daarboven wordt het geluid waarschijnlijk onduldbaar. Als uitgegaan wordt van een gemiddelde geluidwering van gevels van 20 tot 25 dB dan leidt deze benadering tot een geluidbelasting op de gevel van een woning van 70 tot 75 dB(A).
Een getalswaarde in dB(A) geeft slecht beperkte informatie over het geluidniveau. De hinderbeleving van de omgeving door muziekgeluid wordt met alleen een dB(A)-waarde onvoldoende ondervangen. Een geluidbelasting van 70 dB(A) klassieke muziek wordt totaal anders beleefd dan een geluidbelasting van 70 dB(A) housemuziek. Dit heeft te maken met de hoeveelheid energie in de verschillende frequenties, het spectrum. En dan vooral van de lage frequenties, de bastonen. Juist de bastonen in de hedendaagse muziek zorgen voor de hinder naar de omgeving. Daarom wordt tegenwoordig naast de dB(A) waarde ook meer en meer aandacht besteed aan de dB(C)-waarde, waarmee de geluidsbelasting van bastonen wordt weergegeven. Een aanvaardbare norm in een dB(C) gewogen waarde geeft meer bescherming tegen hinder veroorzaakt door muziekgeluid. Er is echter geen regelgeving of richtlijn waarin een aanvaardbare norm voor dB(C) is gesteld op gevels van woning dan wel in woningen. Algemeen is aanvaard dat de norm voor dB(C) 15 dB hoger mag liggen dan de norm voor Db(A).
Gelet op het toegenomen geluid van bastonen zijn in het beleid naast normen voor dB(A) ook normen voor dB(C) opgenomen.
Voor het stellen van standaard geluidsnormen wordt zoals al aangegeven in paragraaf 4.6 onderscheid gemaakt tussen:
een evenement waarbij muziekgeluid het evenement ondersteunt (geluidsklasse 1).
een evenement waar het om de muziek draait (geluidsklasse 2). Hieronder rekenen we ook de kermis. De combinatie van ondersteunende muziek bij de attracties en de veelheid aan optredens maken dat het in de beleving een muziekevenement is.
Er gelden de volgende geluidsnormen.
Equivalent geluidniveau in dB(A) 1)
Equivalent geluidniveau in dB(C) 1)
Evenement geluidsklasse 1
70 dB(A)
80 dB(C)
Muziekevenement, geluidsklasse 2
75 dB(A)
90 dB(C)
De in de tabel genoemde waarden:
gelden op gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen.
is het equivalente geluidniveau gemeten over 3 minuten.
is het niveau zonder muziekgeluidcorrectie en meteocorrectie.
Op bovenstaande normen kennen Paaspop en 7th Sunday/Harmony of Hardcore een uitzondering. Gelet op het belang van deze evenementen (wat betreft schaal en aantrekkingskracht) en hun concurrentiepositie is een afwijkende norm mogelijk van maximaal 85 dB(A) en 100 dB(C).
Voor meerweekse evenementen geldt een maximum van 2 dagen in het weekend dat een activiteit met geluidsklasse 2 in het weekend mag plaatsvinden (zie paragraaf 4.7).
Indien organisatoren van evenementen hun geluidsniveaus willen of moeten reduceren en sturen dan kunnen ze o.a. denken de volgende opties:
Podia en speakers die in de meest gunstige richting opgesteld worden (van geluidgevoelige gebouwen af);
Speakers gericht zijn op het publiek.
speakers zo laag mogelijk hangen.
(Cardioïde) Subwoofers laag bij de grond.
Maatregelen in techniek (affilteren).
Maatregelen in de overdracht (afscherming).
Afspraken met omwonenden (overeenkomst/compensatie).
19 https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/regelgeving/lokale-regelgeving/vragen-en-antwoorden/faq-lokale/evenementen/
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.5.2.
Geluidsnormen
Onderdeel van Evenementenbeleid Meierijstad Uitvoeringsnota 2023-2026