Het vermogen stelt de gemeente vast op dezelfde manier als voor de algemene bijstandsuitkering. De regels uit de wet voor het vaststellen van het vermogen gelden ook voor bijzondere bijstand. Een inwoner heeft geen draagkracht uit vermogen als dit bij aanvraag van de draagkrachtperiode kleiner of hetzelfde is als de vermogensgrenzen genoemd in artikel 34 lid 2 en 3 Participatiewet. Is het vermogen hoger dan die bedragen uit de wet, dan telt het vermogen boven die grens volledig mee als draagkracht. Als er vermogen aanwezig is in een woning, dan wordt de bijzondere bijstand verleend in de vorm van een lening. Een uitzondering hierop is van toepassing wanneer het bedrag aan bijzondere bijstand op jaarbasis niet meer bedraagt dan de bijstandsnorm voor gehuwden zoals vermeld in artikel 21 Participatiewet.
De financiële draagkracht uit vermogen wordt in één keer in mindering gebracht op de kosten. Dit betekent dat de draagkracht in één geheel van de totale kosten wordt afgehaald.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Welk vermogen telt mee?
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente Mook en Middelaar 2023