Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3

Inhoudelijke criteria

Onderdeel van Regeling voor garantstellingen en leningen Twenterand

1.. De te financieren zaken zijn nodig in het kader van de uitvoering van een publieke taak in de gemeente Twenterand. Dat wil zeggen dat ze passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijk beleid en het openbaar belang. Tevens wordt er met de financiering een voor de gemeente relevant maatschappelijk doel gediend. De gemeenteraad geeft door middel van de vaststelling van de gemeentebegroting, de begrotingswijzigingen en beleidsnota’s het richtinggevende en budgettaire kader. 2.. De te financieren zaken zijn essentieel voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager en het uitvoeren van activiteiten door de aanvrager (functionaliteitscriterium). 3.. De te financieren zaken komen ten goede aan de inwoners van de gemeente Twenterand. 4.. De zaken zijn zonder gemeentelijke lening of garantstelling niet te realiseren. Eerst dienen zelfwerkzaamheid, eigen middelen, subsidiegelden en middelen van sponsoren, etc., door de aanvrager maximaal te worden benut (vangnetcriterium). 5.. Het college verstrekt geen lening indien de te financieren zaken niet voldoende zekerheid bieden voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken lening of garantiestelling. Dit betekent dat in geval de te financieren zaak een onroerende zaak is, het recht van hypotheek wordt verleend en voor roerende zaken een recht van pand wordt verleend. 6.. Het college kiest in principe voor een garantstelling en daarbij wordt een marktconforme borgstellingsprovisie bedongen.

Rechtspraak bij dit artikel