Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.1

Beschikking binnen acht weken

Onderdeel van BELEIDSREGELS LEERLINGENVERVOER GEMEENTE HEUMEN 2015

Het college heeft vanaf de datum van ontvangst acht weken de tijd om op een aanvraag te beslissen. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders dat deze aanvraag tijdig wordt ingediend zodat het college voldoende tijd heeft ervoor te zorgen dat de aanvraag voor aanvang van het nieuwe schooljaar is afgehandeld. De aanvraag dient dan wel juist en volledig te zijn ingevuld en voorzien te zijn van de noodzakelijke bijlagen. Wanneer de aanvraag onjuist of onvolledig is ingevuld, wordt de ouders gevraagd de aanvraag binnen vier weken aan te vullen of te corrigeren. In artikel 4:15 van de Awb is bepaald dat de beslistermijn wordt opgeschort tot de dag waarop de aanvraag met de ontbrekende gegevens is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Indien de verstrekte gegevens en bescheiden na verloop van de aanvullingstermijn onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking kan het college op grond van artikel 4:5 van de Awb besluiten de aanvraag buiten behandeling te stellen. Dit wordt binnen vier weken na verloop van de aanvullingstermijn aan de aanvrager bekendgemaakt. De beslistermijn van acht weken is ook van toepassing als een aanvraag gedurende het schooljaar plaatsvindt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn, als in de loop van het schooljaar een leerling van schoolsoort wisselt (bijvoorbeeld van basisonderwijs naar speciaal onderwijs), of als de leerling in de loop van het jaar verhuist en daardoor een andere gelijksoortige school gaat bezoeken. In de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 maart 1992 (R03.88.7294/83-129; zie Jur. 21.3) staan de gevolgen van een verhuizing centraal. Ervan uitgaande dat de voormalige woongemeente de ouders wijst op de noodzaak een aanvraag bij de nieuwe woongemeente in te dienen mag van de ouders worden verwacht dat zij onverwijld - maar uiterlijk binnen een week na de berichtgeving van de voormalige woongemeente - een aanvraag bij de nieuwe woongemeente indienen. Bij latere indiening is de nieuwe woongemeente niet gehouden om de kosten van vervoer in de periode vanaf een week na de mededeling van de oude woongemeente tot aan de uiteindelijke indiening van de aanvraag bij de nieuwe woongemeente te bekostigen. Ook voor de aanvragen gedurende het schooljaar geldt dat de afwikkelingstermijnen niet haalbaar kunnen zijn voor de gemeente. Ook hiervoor geldt dan de verdagingsmogelijkheid van de termijn met vier weken. Als op een aanvraag positief is beslist of als via bezwaar of beroep een positieve beschikking is afgedwongen, is het de vraag met ingang van welke datum de bekostiging wordt verleend. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het college de ingangsdatum van de bekostiging bepaalt. Als een aanvraag voor het nieuwe schooljaar wordt gedaan, zal de ingangsdatum van de bekostiging in principe samenvallen met de eerste schooldag van het nieuwe schooljaar. Hieronder dient dan de werkelijke start van het schooljaar verstaan te worden en niet de wettelijke aanvangsdatum. De bekostiging gaat uiteraard pas in op de dag dat het vervoer daadwerkelijk plaatsvindt. Verdagen besluit: maximaal 4 weken In de praktijk kan het voorkomen dat de afhandelingstermijn van acht weken niet haalbaar is. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als het gevraagde oordeel van de commissie van onderzoek of andere deskundigen uitblijft, of als er sprake is van een bijzondere situatie. In dergelijke gevallen kan het college de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Een beslissing van een bestuursorgaan om een beslissing te verdagen is een beschikking in de zin van de Awb. Dit betekent onder andere dat het bestuursorgaan een dergelijke beslissing dient te motiveren (artikel 4:16 van de Awb) en dat de beslissing aan de belanghebbende bekend gemaakt dient te worden (artikel 3:41 van de Awb). Als blijkt dat ook de verdagingstermijn onvoldoende soelaas biedt, bijvoorbeeld als gevolg van het uitblijven van het advies van de commissie van onderzoek, is het van belang dat er toch een beschikking wordt afgegeven. In een dergelijk geval ligt het voor de hand een beschikking te geven, zonder bijvoorbeeld het advies van de commissie van onderzoek af te wachten. Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Een beschikking treedt niet in werking voordat deze bekend is gemaakt (artikel 3:44 van de Awb). Artikel 4:13 van de Awb bepaalt dat een redelijke termijn waarbinnen een beschikking dient te worden bekend gemaakt in ieder geval is verstreken als het college binnen acht weken geen beschikking heeft afgegeven. Deze termijn is inclusief de tijd die het college nodig heeft om een genomen beschikking aan de aanvragers bekend te maken. Als bovenstaande termijnen (acht weken en een eventuele verdaging van vier weken) overschreden worden, dan kunnen de aanvragers op basis van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen de gemeente in gebreke stellen. Verzuimt het college binnen twee weken na de in gebreke stelling een besluit te nemen, is aan de aanvragers een dwangsom verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel