Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8.

Artikel 8.2

Combinatievervoer

Onderdeel van BELEIDSREGELS LEERLINGENVERVOER GEMEENTE HEUMEN 2015

Met name bij het overbruggen van lange afstanden kan het zinvol zijn om combinatie van vervoer te overwegen. De leerling zou in zo’n geval gebruik kunnen maken van aangepast vervoer (dat ook wordt ingezet voor andere leerlingen) tot een centraal eindpunt, en vervolgens gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer om op de plaats van bestemming te komen. Een vorm van combinatievervoer kan zijn dat de leerling eerst met de bus naar het station gaat en vervolgens de trein neemt. Een ander voorbeeld kan zijn dat de schoolbus enkele centrale opstapplaatsen kent. In de uitspraak van 26 februari 1992 (R03.89.0419/83-107; zie Jur. 3.5) geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State enige richtlijnen met betrekking tot centrale opstapplaatsen (buurtbussen). Hierbij dienen de leerlingen van huis naar een opstapplaats te lopen/fietsen/worden gebracht. Als hiermee een reistijd is gemoeid van ten hoogste dertig minuten, en als de vertrektijden van de bus zodanig zijn afgestemd op de aanvang- en eindtijden van de lessen dat er niet of nauwelijks sprake is van wachttijden, is deze constructie alleszins redelijk te noemen, volgens de afdeling. Wanneer de leerling gelet op zijn leeftijd begeleiding behoeft bij het vervoer van huis naar de opstapplaats, acht de afdeling het reëel dat de ouders zelf voor de begeleiding zorg dragen. Hierbij dient te worden aangetekend dat in de onderhavige casus de leerlingen, die dichterbij de school woonden dan de kilometergrens van zes kilometer, gewend waren om in zijn algemeenheid vergelijkbare afstanden af te leggen naar reguliere bushalten, aldus de afdeling.

Rechtspraak bij dit artikel