De Algemene Reserve Grondbedrijf dient een bepaalde noodzakelijke omvang te hebben om geïnventariseerde risico’s afdoende te kunnen dekken. Deze noodzakelijke omvang kan jaarlijks fluctueren door het vaststellen van nieuwe grondexploitaties en het bijstellen van lopende grondexploitaties. Mede om die reden worden de grondexploitaties jaarlijks herzien. De per jaar berekende noodzakelijke omvang moet afgezet worden tegen de op dat moment beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf. Hier kan uiteraard een verschil in zitten en afhankelijk daarvan kan het nodig zijn de beschikbare omvang bij te stellen door bijstortingen vanuit of onttrekkingen ten gunste van de Algemene Reserve.
Noodzakelijke omvang
De noodzakelijke omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf is het bedrag dat we nodig hebben als reserve om de risico’s in de grondexploitaties voldoende te kunnen dekken. De noodzakelijke omvang is dus afhankelijk van de geïnventariseerde risico’s in de grondexploitaties en deze berekende noodzakelijke omvang zegt dus nog niets over de beschikbare omvang (de reserve die we daadwerkelijk hebben). De noodzakelijke omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf wordt bepaald door voor elke lopende grondexploitatie een risicoanalyse uit te voeren waarbij de risico’s voor de grondexploitatie worden geïnventariseerd en gekwantificeerd. Als een grondexploitatie nog steeds een positief saldo kent in het geval dat alle geïnventariseerde risico’s zich voordoen, is voor die grondexploitatie geen risicoreservering in de Algemene Reserve Grondbedrijf nodig. Pas als een grondexploitatie negatief wordt, is voor dat gedeelte een reservering nodig. Als een grondexploitatie al een negatief saldo kent, dan is daarvoor al een voorziening getroffen. Als uit de risicoanalyse blijkt dat het saldo nog negatiever kan worden, dan wordt een reservering getroffen ter grootte van dit verschil.
Beschikbare omvang
De beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf is vervolgens de reserve die we op dat moment daadwerkelijk hebben. Deze beschikbare omvang wordt in enig jaar beïnvloed door vanuit de stand in enig jaar de onderstaande correcties door te voeren:
Voorziening negatieve grondexploitaties
Zoals in het voorgaande reeds benoemd wordt de noodzakelijke voorziening voor negatieve grondexploitaties gevoed vanuit de Algemene Reserve Grondbedrijf indien nodig. Indien blijkt dat in enig jaar “extra voeding” van de voorziening nodig is, dan beïnvloedt dit dus de beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf in dat jaar. Indien blijkt dat “minder voeding” nodig is voor negatieve grondexploitaties vergroot dit de beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf.
(Tussentijdse) winst
In paragraaf 4.2.2.1 werd ingegaan op de methodiek die wij hanteren om bij grondexploitaties met een geraamd positief saldo (tussentijds) winst te nemen. Indien hiervan in enig jaar sprake is, wordt dit aan de Algemene Reserve Grondbedrijf toegevoegd. De beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf wordt daarmee dus groter.
Afboeking geactiveerde voorbereidingskosten
Tot slot wordt de omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf beïnvloed door eventueel noodzakelijke afboekingen van geactiveerde voorbereidingskosten, zoals in paragraaf 4.2.4 beschreven. Dit komt voor in die gevallen dat er geen grondexploitatie wordt vastgesteld of geen overeenkomst over kostenverhaal wordt gesloten. De geactiveerde voorbereidingskosten zullen dan afgeboekt moeten worden. Dit gebeurt, indien in enig jaar aan de orde, ten laste van de Algemene Reserve Grondbedrijf.
Na het doorlopen van bovenstaande stappen om zowel de noodzakelijke als beschikbare omvang van de Algemene Reserve Grondbedrijf in enig jaar te bepalen kunnen beide componenten met elkaar vergeleken worden om te bepalen of aanvulling vanuit de Algemene Reserve noodzakelijk is dan wel juist een gedeelte van de Algemene Reserve Grondbedrijf toegevoegd kan worden aan de Algemene Reserve.
Beleidskeuze: Risicomanagement en Algemene Reserve Grondbedrijf
Bij aanvang van een grondexploitatie en minimaal jaarlijks wordt een risicoanalyse uitgevoerd.
Tussentijdse winsten worden toegevoegd aan de Algemene Reserve Grondbedrijf, verliesvoorzieningen worden gedekt uit de Algemene Reserve Grondbedrijf.
Jaarlijks wordt bij de herzieningen van de grondexploitaties aan de raad voorgelegd op welke wijze winsten aan de reserves worden toegevoegd.
De gemeente heeft een Algemene Reserve Grondbedrijf ingesteld.
De noodzakelijke omvang ervan wordt bepaald door:
De uitkomst van de jaarlijkse risicoanalyses
De beschikbare omvang wordt bepaald door:
Voorzieningen negatieve grondexploitaties
Tussentijdse winst
Afboeking geactiveerde voorbereidingskosten.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf 7.3
Artikel 7.3.1
Noodzakelijke en Beschikbare omvang Algemene Reserve Grondbedrijf
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2023 Gemeente Woudenberg