Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden:
Bufferfunctie
De algemene reserves hebben een bufferfunctie en dienen om bepaalde (onvoorziene) risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Verder worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor is het mogelijk noodzakelijke aanpassingsprocessen geleidelijk en dus niet schoksgewijs te laten verlopen en onverwachte tegenvallers op te vangen. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het aanspreken van de algemene reserve verlaagt de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit maakt onderdeel uit van het weerstandsvermogen dat de relatie weergeeft tussen de gekwantificeerde risico’s en het vermogen om deze risico’s op te vangen. Voor een beschrijving van de relatie tussen het weerstandsvermogen en de algemene reserve wordt verwezen naar paragraaf 3.2 Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen.
Egalisatiefunctie
Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Zo ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.
Financieringsfunctie
Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op overige financieringsbronnen (van derden) worden beperkt. Van belang is hierbij de met ingang van 1 januari 2001 in werking getreden Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Deze wet beoogt een solide financieringswijze van de decentrale overheden te bevorderen en schommelingen van rentelasten zo veel mogelijk te beperken. De financiering van kapitaaluitgaven kan onder meer door gebruik te maken van de eigen reserves (en voorzieningen) als financieringsmiddel (interne financiering), door het aantrekken van vaste geldleningen (vaste financiering) en kasgeld voor zover dat valt binnen de kasgeldlimiet. Bij gebruik van reserves (eigen vermogen) en voorzieningen (vreemd vermogen) hoeft geen beroep te worden gedaan op de geld- en kapitaalmarkt. Het gebruiken als intern financieringsmiddel wordt aangeduid met de financieringsfunctie. Door gebruik te maken van reserves als intern financieringsmiddel hoeft minder rente betaald te worden. De keuze om al dan niet rente toe te rekenen aan reserves wordt toegelicht in paragraaf 3.3 Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.
Bestedingsfunctie
De gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Er is sprake van een bestedingsfunctie als een deel van het eigen vermogen wordt ingezet voor een bepaald doel en gebruikt wordt ter dekking van toekomstige lasten. Het inzetten van de bestedingsfunctie beïnvloedt de financiële positie van de gemeente en leidt tot een verlaging van de financieringsfunctie van de reserves.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.1
De functies van reserves
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen Zandvoort 2023