De belangrijkste regels voor het omgaan met reserves en voorzieningen zijn al door de wetgever bepaald door het vaststellen van het BBV. De wetgever heeft bijvoorbeeld bepaald dat bestemmingsreserves niet negatief mogen zijn. Immers: negatieve bestemmingsreserves passen per definitie niet bij de aard en de beoogde betekenis van reserves: een ‘spaarpot’. Substantiële negatieve reserves vertroebelen bovendien het inzicht in de financiële positie.
Deze reserves worden gevormd om binnen een bepaalde tijd een bepaald beleidsdoel te realiseren of voor egalisatie van ongewenste schommelingen van baten en lasten in een afgebakend deel van de begroting.
Het instellen, opheffen en doteren/onttrekken valt onder het budgetrecht van de raad. Dat krijgt concreet gestalte door de volgende werkafspraken waardoor de raad grip houdt:
Mutaties bestemmingsreserves
Een belangrijke wettelijke regel is dat stortingen en onttrekkingen aan reserves alleen zijn toegestaan wanneer deze zijn gedekt door een vóór 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit dan wel wanneer door de raad een principebesluit is genomen om bepaalde (toekomstige) baten en/of lasten te muteren in een bepaalde reserve. Indien hier niet aan is voldaan is er sprake van een financiële onrechtmatigheid.
Voor alle stortingen en onttrekkingen is een voor 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit nodig. Dit kan expliciet bij resultaatbestemming in het kader van de jaarrekening, maar ook vooraf bij de vaststelling van de begroting. Ook kan een afzonderlijk raadsbesluit genomen worden over een storting of onttrekking aan een reserve. In de jaarrekening kunnen toevoegingen en onttrekkingen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen.
Wijzigen doel of bestemming
Het principe van een bestemmingsreserve is, dat de gemeenteraad te allen tijde het doel of de bestemming kan wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is dus altijd een raadsbesluit nodig.
Instellen/ opheffen bestemmingsreserve
Reserves worden ingesteld door de raad.
Wanneer het doel op basis waarvan een bestemmingsreserve is gevormd op enig moment vervalt, dan dient de reserve door middel van een raadsbesluit te worden opgeheven. De vrijkomende middelen worden ten gunste van de algemene reserve gebracht of ten gunste van de exploitatie.
Informatie over reserves
Het BBV eist dat per reserve jaarlijks in een overzicht inzicht wordt geboden in het verloop (stand begin jaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand eind jaar). In de programmabegroting en de jaarrekening is een dergelijk overzicht standaard opgenomen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Wettelijke regels voor bestemmingsreserves
Onderdeel van Nota Reserves en Voorzieningen Zandvoort 2023