In deze Verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt
verstaan onder:
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;
compensatiebeginsel: de opdracht aan het gemeentebestuur om
personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige
uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in
staat tot maatschappelijke participatie;
het Besluit maatschappelijke ondersteuning: het Besluit
maatschappelijke ondersteuning zoals gepubliceerd in Staatsblad
2006, 450, inclusief later hierin aangebrachte wijzigingen;
persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte
of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren
van activiteiten op het gebied van het voeren van het
huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het
verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen
per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op
basis daarvan aangaan van sociale verbanden;
mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in
artikel 1, lid 1, onder b. van de wet;
zelfredzaamheid: het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke
of financiële vermogen van de persoon om zelf, dan wel met hulp
van de sociale omgeving of mantelzorg, voorzieningen te treffen
die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk
maken;
maatschappelijke participatie: normale deelname aan het
maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een
huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in en om
de woning verplaatsen, het zich zodanig verplaatsen dat
aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en
landelijke vervoersystemen, het ontmoeten van andere mensen en
het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die
manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
een voorziening: een zorgvoorziening, een woonvoorziening, een
vervoersvoorziening of een rolstoel;
algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op
basis van beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling
(geen medische indicatie) kent, en die een snelle, regelarme en
adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon
ondervindt;
individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt
aangeboden aan de persoon met beperkingen indien een algemene
voorziening geen adequate oplossing biedt;
vormen van voorzieningen:
natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen,
in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening
wordt verstrekt;
persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de
aanvrager een of meer aan hem te verlenen individuele
voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze
verordening en het Besluit nadere regels
maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen te
stellen regels van toepassing zijn;
financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de
kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op
het inkomen van de aanvrager;
gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van
een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt
verstrekt, al dan niet met in achtneming van een
inkomensgrens;
inkomen:
voor zover van belang voor het vaststellen van de eigen
bijdrage of het eigen aandeel in de kosten: het inkomen
zoals omschreven in artikel 4.2 van het Besluit
maatschappelijke ondersteuning;
voor zover van belang voor de toepassing van artikel
5.2: het inkomen zoals omschreven in het Besluit nadere
regels maatschappelijke ondersteuning gemeente
Heumen.
eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een bijdrage als
bedoeld in artikel 15 of een aandeel als bedoeld in artikel 19
van de wet, welke bij de verstrekking van een voorziening in
natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget dan wel een
financiële tegemoetkoming door de persoon is verschuldigd en
waarop het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning
gemeente Heumen van toepassing is;
normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding;
algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot
het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon
als de aanvrager behorend;
huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam
gemeenschappelijk een woning bewoont;
budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze Verordening een
persoonsgebonden budget is toegekend.
leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet
tezamen met één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een
huishouden voeren, dan wel een ongehuwde meerderjarige die met
één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden
voert, waarbij onder gehuwden ook worden verstaan ongehuwd
samenwonenden en andere volwassenen die met elkaar en/of met
kinderen samenwonen.
woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op
een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden
verplaatst;
standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een
woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het
leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of
van gemeenten kunnen worden aangesloten;
woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt
gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting
uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf
van een of meer personen;
hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor
permanente bewoning, waar de persoon zijn vaste woon- en
verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de
gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal
staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de persoon met een
briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven
staat of zal staan;
gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet
behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk
om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang van
het woongebouw te bereiken en ruimten die onder het gehuurde
vallen en/of waarvan de persoon met beperkingen gebruik moet
kunnen maken;
woningaanpassing: ingreep van bouwkundige of woontechnische aard
die:
gericht is op het opheffen of verminderen van
belemmeringen die een persoon met beperkingen ondervindt
bij het normale gebruik van de woonruimte; of
betrekking heeft op een uitraasruimte;
instelling: een inrichting die ingevolge artikel 8 van de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is erkend en een
bejaardenoord als bedoeld in artikel 1 sub b van de Overgangswet
bejaardenoorden;
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011