Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011

In deze Verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; compensatiebeginsel: de opdracht aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie; het Besluit maatschappelijke ondersteuning: het Besluit maatschappelijke ondersteuning zoals gepubliceerd in Staatsblad 2006, 450, inclusief later hierin aangebrachte wijzigingen; persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning; bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; mantelzorger: een persoon die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet; zelfredzaamheid: het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke of financiële vermogen van de persoon om zelf, dan wel met hulp van de sociale omgeving of mantelzorg, voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken; maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning, het zich in en om de woning verplaatsen, het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen, het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; een voorziening: een zorgvoorziening, een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel; algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling (geen medische indicatie) kent, en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden aan de persoon met beperkingen indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; vormen van voorzieningen: natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen individuele voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen te stellen regels van toepassing zijn; financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met in achtneming van een inkomensgrens; inkomen: voor zover van belang voor het vaststellen van de eigen bijdrage of het eigen aandeel in de kosten: het inkomen zoals omschreven in artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning; voor zover van belang voor de toepassing van artikel 5.2: het inkomen zoals omschreven in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen. eigen bijdrage of eigen aandeel in de kosten: een bijdrage als bedoeld in artikel 15 of een aandeel als bedoeld in artikel 19 van de wet, welke bij de verstrekking van een voorziening in natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget dan wel een financiële tegemoetkoming door de persoon is verschuldigd en waarop het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen van toepassing is; normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding; algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont; budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze Verordening een persoonsgebonden budget is toegekend. leefeenheid: een eenheid bestaande uit gehuwden die al dan niet tezamen met één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden voeren, dan wel een ongehuwde meerderjarige die met één of meer minderjarige ongehuwden duurzaam een huishouden voert, waarbij onder gehuwden ook worden verstaan ongehuwd samenwonenden en andere volwassenen die met elkaar en/of met kinderen samenwonen. woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen; hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres hij in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de persoon met een briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan; gemeenschappelijke ruimten: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of waarvan de persoon met beperkingen gebruik moet kunnen maken; woningaanpassing: ingreep van bouwkundige of woontechnische aard die: gericht is op het opheffen of verminderen van belemmeringen die een persoon met beperkingen ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte; of betrekking heeft op een uitraasruimte; instelling: een inrichting die ingevolge artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is erkend en een bejaardenoord als bedoeld in artikel 1 sub b van de Overgangswet bejaardenoorden;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel