Naar hoofdinhoud
1.. Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is; deze noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht; 2.. De persoon met beperkingen heeft geen recht op een individuele voorziening: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien een algemene voorziening beschikbaar is die een toereikende en adequate oplossing biedt voor de vastgestelde beperkingen; voor zover de belanghebbende in staat is om zelf, zonodig met behulp van beschikbare adequate en toereikende hulp van de sociale omgeving of de vrijwillige mantelzorg, de beperkingen weg te nemen; indien de aanvrager niet woonachtig is in de gemeente Heumen. voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt, tenzij het college uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven voor het maken van de kosten; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze Verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of versterkte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen.

Rechtspraak bij dit artikel