De eigenaar van een woning, die krachtens deze
Verordening een financiële tegemoetkoming dan wel een
persoonsgebonden budget in de kosten van het treffen van
een woonvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 aanhef en
onder 1 sub c heeft ontvangen die hoger is dan het
bedrag genoemd in het Besluit nadere regels
maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen en die
binnen een periode van 5 jaar na de datum van
gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt,
is gehouden de meerwaarde die door het treffen van de
voorziening is ontstaan gedeeltelijk aan de gemeente
terug te betalen.
De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in
het eerste lid bedraagt:
voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde,
voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde,
voor het derde jaar 60% van de meerwaarde,
voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde en
voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde,
in alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de
eigenaar van de woonruimte is gekomen.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de woning
wordt verkocht aan de persoon met beperkingen voor wie
de aanpassingen zijn aangebracht of aan een andere
persoon met beperkingen aan wie op grond van deze
Verordening een vergelijkbare woning zou zijn
toegekend.
Ter uitvoering van het eerste lid is de eigenaar van de
woning verplicht om binnen een maand na het passeren van
de notariële akte burgemeester en wethouders hiervan
schriftelijk op de hoogte te stellen.
De toepassing van dit artikel vindt plaats onverminderd
het bepaalde in artikel 8.1.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 9
Artikel 4.20
Afschrijving van woningaanpassingen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011