Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 9

Artikel 4.20

Afschrijving van woningaanpassingen

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011

De eigenaar van een woning, die krachtens deze Verordening een financiële tegemoetkoming dan wel een persoonsgebonden budget in de kosten van het treffen van een woonvoorziening als bedoeld in artikel 4.1 aanhef en onder 1 sub c heeft ontvangen die hoger is dan het bedrag genoemd in het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen en die binnen een periode van 5 jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden de meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan gedeeltelijk aan de gemeente terug te betalen. De hoogte van het terug te betalen bedrag als bedoeld in het eerste lid bedraagt: voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde, voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde, voor het derde jaar 60% van de meerwaarde, voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde en voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde, in alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen. Het eerste lid is niet van toepassing indien de woning wordt verkocht aan de persoon met beperkingen voor wie de aanpassingen zijn aangebracht of aan een andere persoon met beperkingen aan wie op grond van deze Verordening een vergelijkbare woning zou zijn toegekend. Ter uitvoering van het eerste lid is de eigenaar van de woning verplicht om binnen een maand na het passeren van de notariële akte burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De toepassing van dit artikel vindt plaats onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel