De aanvrager heeft geen recht op een woonvoorziening als
bedoeld in artikel 4.1 lid 1 sub c. indien hij eigenaar
is van de aan te passen woning, en het in de woning
gebonden vermogen hoger is dan het door het college in
het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning
gemeente Heumen vastgesteld bedrag.
Het in de woning gebonden vermogen bedoeld in lid 1 is
gelijk aan de waarde van de woning in het economische
verkeer bij vrije verkoop, minus de openstaande hoofdsom
van de geldlening in verband met het op de aan te passen
woning gevestigd recht van hypotheek.
Het bepaalde in lid 1 blijft buiten toepassing
indien:
de totale kosten van de noodzakelijk geachte
woningaanpassing bedoeld in lid 1 niet hoger zijn dan
het door het college in het Besluit nadere regels
maatschappelijke ondersteuning gemeente Heumen
vastgesteld bedrag, of;
de aanvrager blijkens de schriftelijke afwijzing van een
tweetal erkende kredietverstrekkers niet in staat is
middels het geven van een recht van hypotheek het
vermogen als bedoeld in lid 2 te gelde te maken tot
tenminste het bedrag dat nodig is om de woonvoorziening
te realiseren.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 10
Artikel 4.21
Vermogensdrempel voor woonvoorziening van bouwkundige of woontechnische aard
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (WMO) 2011