Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 4.7

Artikel 4.7.3

Signalering en handhaving

Onderdeel van Privacybeleid Sociaal Domein gemeente Súdwest-Fryslân

Het bieden van ondersteuning op basis van vertrouwen kan onder druk komen te staan als gegevens worden uitgewisseld met instanties/medewerkers die in de eerste plaats toezicht of handhaving als taak hebben, zoals politie/OM, leerplichtambtenaren, medewerkers in het domein werk en inkomen (die onder andere bezig zijn met het opsporen van bijstandsfraude) Wmo en Jeugdwet (in verband met rechtmatigheidscontoles. Samenwerking met genoemde toezichthouders/handhavers kan nuttig zijn voor een goede ondersteuning en voordeel opleveren voor de betrokkene, als het hulpverleningsperspectief niet uit het oog wordt verloren. De gemeente heeft een zeer brede wettelijke taak waardoor de signalering van problemen door toezichthouders/handhavers in veel gevallen onder de gemeentelijke verantwoording valt, maar er moet bij het delen van gegevens altijd gekeken worden naar het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld en alleen daarvoor gebruikt worden. Wanneer mogen gegevens vanuit het sociaal domein gedeeld worden voor signalering en handhaving: Als de betrokkene hier toestemming voor heeft gegeven; Als het noodzakelijk is: voor de uitvoering van de Jeugdwet, de Wmo 2015, Wgs en/of Participatiewet maar ook bij de diverse wetten zoals IOAZ, IOAW, en de gemeentelijke regeling zoals de beleidsregels gehandicaptenparkeerkaarten en gehandicaptenparkeerplaatsen 2020 gemeente Súdwest-Fryslân; om te voldoen aan een wettelijke verplichting; om de vitale belangen van de betrokkene te beschermen; voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan burgemeester of aan het college is opgedragen. Als een hulp-/dienstverlener constateert dat een cliënt in strijd handelt met bepaalde regels of zelfs strafbare feiten op het spoor komt of daarover vermoedens heeft, zonder dat dit bij handhavers bekend is, dan confronteert de hulp-/dienstverlener de betrokkene hiermee, op een dusdanige manier dat het vertrouwen van de betrokkene in de hulp-/dienstverlener niet in het gedrang komt. Dat doet hij vanuit zijn relatie als hulp-/dienstverlener. Die confrontatie biedt betrokkene de gelegenheid er zelf wat aan te doen. Als echter één van bovenstaande punten van toepassing is, dan kan de hulp-/dienstverlener die stap overslaan en direct aangifte of een melding doen bij de desbetreffende gemeentelijke afdeling of politie, bij Veilig Thuis indien sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen een misdrijf dat een gevaar vormt voor de omgeving (veiligheid of gezondheid), fraude en een overtreding. Een misdrijf vormt bijna altijd een gevaar voor de omgeving en dient altijd te worden gemeld door de hulp-/dienstverlener (als de inwoner het niet zelf doet). Uitzondering hierop is als de hulp-/dienstverlener het misdrijf niet zelf heeft gezien, maar er alleen over hoort. Een hulp-/dienstverlener met een beroepscode moet een goede afweging maken of de signalen dusdanig ernstig zijn dat hij zijn wettelijke geheimhoudingsplicht gaat schenden.

Rechtspraak bij dit artikel