**1..** Om voor subsidie in aanmerking te komen dient
- - de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd een bijdrage te leveren aan een nieuw bezoekersprofiel en daarnaast een bijdrage te leveren aan culturele verrijking of lokaal ondernemerschap.
- - in geval van een impactinitiatief sprake te zijn van minimaal 25% cofinanciering van de kosten voor de uitvoering;
- - voor het initiatief niet op grond van een andere regeling reeds subsidie te zijn verleend of op grond van deze regeling al voor eenzelfde aanvraag/activiteit subsidie te zijn verleend, dan wel sprake te zijn van een activiteit waarin al op een andere wijze voldoende is voorzien;
- - de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd voldoende binding hebben met het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft;
- - er voor de uitvoering van de activiteiten niet meer uren of een hoger bedrag te worden gerekend dan redelijk wordt geacht.
**2..** Aanvragen worden aan de hand van de volgende punten beoordeeld:
- - Inhoudelijk
- - In hoeverre het initiatief bijdraagt aan de drie vereisten: culturele verrijking, lokaal ondernemerschap en nieuw bezoekersprofiel
- - In hoeverre het initiatief in de binnenstad verankerd is/wordt
- - De culturele, economische en maatschappelijke kwaliteit/impact van het initiatief
- - De verhouding tot andere initiatieven in de buurt (overeenkomsten en verschillen)
- - Organisatorisch
- - De mate van organisatiegraad rondom het initiatief
- - De mate van samenwerking met één of meer partners bij de uitvoering van het initiatief
- - De mate aan ondersteuning van de gemeente anders dan budget van het initiatief
- - Financieel
- - De verhouding tussen de hoogte van het gevraagde bedrag en de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstelling van de regeling
- - De relatie tot andere subsidieregelingen ten opzichte van het aangevraagde budget
- - Doelgroepen
- - De mate van openbaarheid, toegankelijkheid en het bereik van de activiteit
- - De mate waarin het initiatief bijdraagt aan een nieuw bezoekersprofiel of buurtidentiteit
- - De mate waarin de aanvrager zich bewust is van zijn/haar (potentiële) klanten, bezoekers of toeschouwers.
**3..** Het college beoordeelt aan de hand van de criteria gesteld in het eerste en tweede lid met een voldoende of een onvoldoende.