Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan.
Langdurig
De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van deze verordening.
Laag inkomen
Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. De vraag of het inkomen van een persoon gedurende de referteperiode niet hoger is dan het langdurig lage inkomen van 120 procent van de toepasselijke bijstandsnorm, zal niet al te strak mogen worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet worden genegeerd. Gaat het inkomen van een persoon gedurende (een deel van) de referteperiode de toepasselijke bijstandsnorm maandelijks met ongeveer € 5,- of meer te boven, dan is er geen sprake meer van een marginale overschrijding van de bijstandsnorm en heeft dit gevolgen voor (de toekenning van) de individuele inkomenstoeslag. Er is immers geen sprake meer van een incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of van te verwaarlozen bedragen van enkele eurocenten.
Artikel 4.
Langdurig laag inkomen
Onderdeel van De verordening individuele inkomenstoeslag Eemsdelta 2023