Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. De hoogte is afgeleid van een percentage van de bijstandsnorm. Voor gehuwden is dit 38 procent, voor alleenstaande ouders is dit 34 procent en voor alleenstaanden 27 procent.
De hoogte van de bijstandsnormen wordt echter enkele keren per jaar vastgesteld. Om geen verschillende toeslagen te krijgen is besloten de norm van één vaste maand als uitgangspunt te nemen voorde berekening. Dit is de bijstandsnorm van de maand juli voorafgaand aan het jaar van de aanvraag. Het bedrag dat vervolgens uit de berekening volgt, wordt naar boven afgerond op hele tientallen.
Gehuwden
Bij gehuwden moet er rekening worden gehouden met het feit dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag als gehuwden.
Is één van de gehuwden uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, ingevolge de artikelen 11, 13, eerste lid, of 18 van de Participatiewet, dan komt de andere echtgenoot wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Als slechts één echtgenoot recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Artikel 5.
Hoogte individuele inkomenstoeslag
Onderdeel van De verordening individuele inkomenstoeslag Eemsdelta 2023