**1..** Voor de vaststelling van de draagkracht worden de inkomsten met in achtneming van paragraaf 3.4. van de Participatiewet in aanmerking genomen.
**2..** De berekening van het beschikbaar vermogen vindt plaats conform artikel 34 lid 1 van de Participatiewet. Daarbij wordt de afkoopwaarde van een levens- en begrafenisverzekering niet toegerekend aan het vermogen.
**3..** De draagkracht wordt als volgt berekend:
- - 100% van het vermogen voor zover die meer bedraagt dan het op grond van de wet vrijgelaten vermogen;
- - 35% van de inkomsten voor zover die meer bedragen dan 110% van de voor belanghebbende volgens met de normen in de Participatiewet berekende algemene bestaanskosten.
**4..** Bij de vaststelling van het vermogen wordt eenmalig een maandnorm inclusief vakantiegeld buiten beschouwing gelaten.
**5..** Bij woonkostentoeslag, aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud en inrichtingskosten van de woning, duurzame gebruikersgoederen en stofferingskosten wordt in afwijking van lid 3 met betrekking tot de genoemde inkomsten en vermogen een draagkrachtpercentage van 100% gehanteerd.