Het is belangrijk dat er een balans is tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de kwaliteit van het landschap. In het buitengebied is deze balans kwetsbaar. In principe zijn er daarom in het buitengebied alleen zeer beperkt en onder voorwaarden ontwikkelingen toegestaan. Een van die voorwaarden is de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap. In paragraaf 2.5 komt de Beleidsregel maatwerk omgevingskwaliteit Noord-Brabant aan de orde (gebaseerd op art. 3.78 Interim Verordening Noord-Brabant).
De gevraagde kwaliteitsimpuls is van toepassing bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Het betreft bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is1Hieronder wordt verstaan: onder de Wro: bestemmingsplan, wijzigingsplan, omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan met toepassing van art. 2.12, eerste lid, onderdeel a,onder 3 van de Wabo.Onder de Omgevingswet (in werking vanaf 1 januari 2024): omgevingsplan, wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsactiviteit.. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen planmatige ontwikkelingen en niet-planmatige ontwikkelingen:
Met de niet-planmatige ontwikkelingen wordt gedoeld op min of meer op zichzelf staande (beperkte) ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals vergrotingen of vormveranderingen van agrarische bouwvlakken of andere functies, en omschakeling van functies.
Met de planmatige ontwikkelingen wordt gedoeld op de meer omvangrijke en samenhangende ontwikkelingen zoals de realisatie van bedrijventerreinen, woongebieden, sportterreinen, infrastructuur en (grote) locaties voor duurzame energie middels zonnevelden of windturbines.
De regeling kwaliteitsverbetering landschap is van toepassing op de delen van deze grotere ontwikkelingen die in het landelijk gebied worden ontwikkeld.
Voorwaarde is dat de benodigde kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het beleefbare landschap. Tot de fysieke verbetering van het beleefbare landschap horen onder andere: landschappelijke inpassing, sloop van bebouwing, verwijderen verharding, versterking landschapsstructuur, herstel cultuurhistorische waarde, realiseren Natuur Netwerk Brabant en de aanleg van (openbare) extensieve recreatieve mogelijkheden. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap.
In de volgende paragrafen worden de uitgangspunten voor de verschillende typen ontwikkelingen behandeld.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Art. 3.9: Kwaliteitsverbetering landschap
Lid 1
Eenbestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt inLandelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.
Lid 2
Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebiedén op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat:
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of
de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3
Eenverbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten:
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing;
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land;
het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen;
het wegnemen van verharding;
het slopen van bebouwing;
de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones;
het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Lid 4
Ingeval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Toepassingsbereik Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap
Onderdeel van Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap gemeente Land van Cuijk 2023