Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.1

Staatssteun

Onderdeel van Nota geldleningen en gewaarborgde geldleningen 2023

De EU wil gelijke concurrentievoorwaarden scheppen voor alle ondernemingen op de interne markt. Controle op overheid- of staatssteun aan ondernemingen is dan ook één van de belangrijkste onderdelen van het Europese mededingingsbeleid. Op Europees niveau zijn hierover ook regels opgenomen. In het Verdrag betreffende de verwerking van de Europese Unie zijn daarom ook regels opgenomen ten aanzien van staatssteun Volgens artikel 107 lid 1 VWEU is het verbod op staatssteun als volgt te definiëren: ‘Behoudens afwijkingen waarin dit Verdrag voorziet, zijn steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.’ Kortom er is sprake van staatssteun als aan alle volgende criteria is voldaan: Steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht Als het voordeel is bekostigd met staatsmiddelen Het voordeel zou nooit via de commerciële weg verkregen zijn (non-marktconformiteit) Het betreft een selectief voordeel Het voordeel moet de mededinging (dreigen te) vervalsen Het voordeel moet een ongunstig effect hebben op het handelsverkeer tussen de lidstaten2Bron: Criteria staatssteun - Europa decentraal Vrijstellingen voor de staatssteun zijn: algemene maatregelen die voor alle bedrijven gelden, de zogeheten Algemene Groepsvrijstellingverordening (ofwel: AGVV); de-minimissteun (minder dan € 200.000 staatssteun in 3 jaar); steun voor Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB); landbouwvrijstellingsverordening steun voor visserij. Algemene maatregelen die voor alle bedrijven gelden Onder deze steunmaatregelen vallen onder meer3Bron: Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV) (europadecentraal.nl): regionale steun; steun voor het MKB; steun voor de bescherming van het milieu; steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie; opleidingssteun; steun ten behoeve van kwetsbare werknemers en werknemers met een handicap; steun tot herstel van de schade veroorzaakt door bepaalde natuurrampen; sociale vervoerssteun ten behoeve van bewoners van afgelegen gebieden; steun voor breedbandinfrastructuur; steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed; steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur; steun voor lokale infrastructuurvoorzieningen; steun voor regionale luchthavens; steun voor havens. De AGVV is alleen van toepassing op subsidies, rentesubsidies, leningen (alleen onder bepaalde voorwaarden) en garantieregelingen en risicofinanciering. De-minimissteun Steun die verstrekt wordt op basis van een de-minimisverordening, heeft volgens de Europese Commissie maar beperkt effect op het handelsverkeer tussen lidstaten. De-minimissteun voldoet daardoor niet aan het vijfde staatssteuncriterium, dat er sprake moet zijn van een grensoverschrijdend effect. Hierdoor wordt niet aan alle cumulatieve criteria van het staatssteunverbod (art. 107 lid 1 VWEU) voldaan. De-minimissteun vormt daarom geen staatssteun en is dan ook vrijgesteld van de aanmeldingsplicht bij de Europese Commissie. Als de steunmaatregel van een decentrale overheid aan alle voorwaarden van een de-minimisverordening voldoet, is de steun dus toegestaan en kan die gewoon worden verstrekt.4Bron: De-minimis­verordeningen - Europa decentraal Er zijn verschillende soorten steun die op basis van de de-minimisverordening verstrekt kunnen worden: Reguliere de-minimisverordening: op basis van de-minimisregelvrijstelling mag de overheid steun geven van maximaal € 200.000 per onderneming over een periode van drie belastingjaren zonder deze te hoeven melden.4 De-minimis landbouwsector: op basis van deze regel kan een maximaal steunbedrag van € 20.000 over drie belastingjaren aan primaire producenten van landbouwproducten worden verstrekt.4 De-minimis visserij: op basis van deze regel kan een maximaal steunbedrag van € 30.000 over drie belastingjaren voor één onderneming in de visserij- en aquacultuursector. Dit mag niet gebruikt worden voor de aanschaf of bouw van schepen.4 De-minimis voor DAEB: Van een DAEB is sprake wanneer volgens de markt niet, onvoldoende of onjuist wordt voorzien door de markt. De overheid vindt deze diensten echter wel dusdanig belangrijk dat deze voldoende beschikbaar of toegankelijk zijn voor redelijke rijs. Het maximum steunbedrag is € 500.000 over drie belastingjaren.4

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel