Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Doel van de nota

Onderdeel van Nota kostenverhaal 2023 gemeente Land van Cuijk

Deze nota kostenverhaal is een nadere uitwerking van de nota grondbeleid. Met deze nota worden de uitgangspunten vastgelegd op welke wijze kosten worden verhaald op initiatiefnemers bij bouwplannen. Het huidige kostenverhaal onder de Wro bestaat uit een viertal onderdelen: Gebiedseigen kosten (waaronder plankosten); Bovenplanse kosten/verevening; Bovenwijkse voorzieningen; Bijdrage ruimtelijke ontwikkelingen. Op dit moment worden gebiedseigen kosten in de gemeente Land van Cuijk reeds verhaald, waaronder de plankosten en voorzieningen direct in of nabij het plangebied (bijvoorbeeld aan te leggen infrastructuur of een rioolgemaal). Met private eigenaren/ontwikkelaars worden afspraken gemaakt over een financiële exploitatiebijdrage via de anterieure overeenkomst (privaatrechtelijke spoor). Met de komst van de Omgevingswet verandert er aan dit principe niets en blijft de gemeente Land van Cuijk kosten verhalen overeenkomstig de wettelijke mogelijkheden (hoofdstuk 13, afdeling 13.6, artikel 13.11 t/m 13.17 Omgevingswet). Voor deze kosten geldt dat in bijlage XXXIV en XXXIVa bij de Omgevingsregeling op grond van artikel 13.21 Omgevingswet maximale plankosten vastgesteld zijn. Dit is in feite een voortzetting van de nu binnen de gemeente gehanteerde Regeling plankosten exploitatieplan. Dit betekent dat bij een ontwikkeling van derden de plankostenscan wordt ingevuld. De gehanteerde tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Het doel van deze nota kostenverhaal is een kader te bieden om kosten te verhalen met een uniforme bijdrage in alle gebiedsontwikkelingen voor de gebiedsoverstijgende voorzieningen. Hiervoor is het allereerst noodzakelijk om te bepalen welke gebiedsoverstijgende investeringen worden voorzien. Hierin is wet- en regelgeving kaderstellend. Daarnaast is het noodzakelijk om te bepalen op welke wijze investeringen voor gebiedsoverstijgende voorzieningen op een uniforme wijze worden toegerekend aan de toekomstige grondexploitaties. Met het vaststellen van een nota kostenverhaal wordt dus vanaf dat moment een generieke en uniforme bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen aan externe initiatiefnemers gevraagd. Benadrukt dient te worden dat het hier gaat om slechts een bijdrage, een fractie van de totale investeringsbedragen die nodig is om alle gebiedsoverstijgende kosten te dekken. Het onderscheid tussen kostenverhaal en economische uitvoerbaarheid is hierbij van belang. Kostenverhaal en economische uitvoerbaarheid zijn twee verschillende zaken. Het feit dat niet alle kosten zijn verhaald, maakt niet dat het plan economisch niet uitvoerbaar is. Andersom geldt dat volledig kostenverhaal niet borgt dat het plan wel economisch uitvoerbaar is. Per project moet beoordeeld worden of het uitvoerbaar is zonder de exploitatiebijdrage van de bestemmingsplanwijziging. Tevens moet beoordeeld worden of de bestemmingsplanwijziging onuitvoerbaar is als gevolg van het ontbreken van de gevraagde bijdrage. Elke gemeente is vrij om een nota kostenverhaal vast te stellen of niet. Ook een herziening of actualisering van de nota is een keuze van een gemeente. Een nota kostenverhaal voor gebiedsoverstijgende voorzieningen is niet noodzakelijk voor het aangaan van anterieure overeenkomsten, maar deze biedt een beleidsmatige basis om deze bijdrage te verantwoorden. Om deze reden kiest de gemeente Land van Cuijk voor een nota kostenverhaal. Onderhavige nota is bedoeld als onderbouwing van de te vragen bijdrage voor gebiedsoverstijgende kosten aan private initiatiefnemers. Hierdoor ontstaat vooraf duidelijkheid over de kosten die de gemeente in rekening brengt bij partijen die zelfstandig willen ontwikkelen. Tevens wordt dezelfde bijdrage betaald van de gemeentelijke projecten (eigen grondinbreng). De uitwerking van deze nota sluit aan bij de gehanteerde kaders en begrippen van het kostenverhaal binnen de Omgevingswet. Met een nadere toelichting hierop is gestart in hoofdstuk twee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel