De wet biedt twee mogelijkheden om een bijdrage ruimtelijke ontwikkeling te vragen bij ontwikkelingen. Dit kan zowel publiekrechtelijk via het Omgevingsplan (13.23 Omgevingswet) of privaatrechtelijk via het sluiten van een anterieure overeenkomst (13.22 Omgevingswet).
Gelet op het feit dat de gemeente primair gekozen heeft voor actief grondbeleid, zal voornamelijk gebruik gemaakt worden van de privaatrechtelijke weg. De juridische grondslag hiervoor is opgenomen in artikel 13.22 Omgevingswet en in artikel 8:20 Omgevingsbesluit.
Om de regeling toe te kunnen passen moet aan drie randvoorwaarden zijn voldaan, te weten:
Het moet gaan om een aangewezen categorie.
Het moet gaan om een bijdrage voor een voor ontwikkelingen van een gebied
De ontwikkeling van het gebied moet gebaseerd zijn op een omgevingsvisie of programma.
Op grond van artikel 8.20 Omgevingsbesluit mag een bijdrage gevraagd worden bij de volgende ruimtelijke ontwikkelingen:
de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie;
de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie;
de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie;
de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte;
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
de bouw van een bouwwerk geen gebouw zijnde als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor:
land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt;
opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager;
infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur;
handelsreclame; of
recreatie;
andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van:
een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto-vloeropper-vlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 m2 bedraagt;
gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt; of
een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.
De bijdrage mag worden gevraagd voor de ontwikkeling van en gebied gebaseerd op een Omgevingsvisie of programma. Dit houdt in dat de projecten waarvoor een bijdrage gevraagd wordt betrekking moeten hebben op de ontwikkeling van een gebied. Het moet derhalve gaan om projecten in de publieke ruimte. De ontvangen bijdragen kunnen uitsluitend worden besteed voor de aanleg van maatschappelijke functies en voor de uitvoering van reconstructies in het stedelijk en landelijk gebied. Financiële bijdragen voor gebruik of beheer passen niet binnen het kader van deze regeling. De bijdragen kunnen evenmin benut worden voor de dekking van plankosten.
Het verhaal van financiële bijdragen langs publiekrechtelijke weg vindt plaats op grond van het Omgevingsplan. Om gebruik te kunnen maken van deze vorm van kostenverhaal zal dus eerst het tijdelijk deel van het Omgevingsplan (eigenlijk de huidige bestemmingsplannen) moeten worden vervangen door een Omgevingsplan dat voorziet in een regeling voor het verhaal van de financiële bijdrage. Hierbij moet in het Omgevingsplan worden bepaald dat de financiële bijdragen alleen worden besteed aan ontwikkelingen waarvoor die bijdragen zijn verhaald en het moet erin voorzien dat periodiek aan het publiek verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de verhaalde financiële bijdragen.
Ten opzichte van het verhaal langs privaatrechtelijke weg is er één belangrijke beperking. Anders dan bij verhaal op grond van een anterieure overeenkomst, moet er sprake zijn van een functionele samenhang tussen de activiteit van de initiatiefnemer en de beoogde ontwikkelingen waarvoor de bijdrage betaald wordt. De functionele samenhang kan bestaan uit het bijdragen aan sociale woningbouw door bouwplannen in de vrije sector, maar ook een bijdrage aan de realisatie van een natuur/recreatie gebied nabij de woningbouw. De functionele samenhang kan dus worden gemotiveerd op onderwerp (woningbouwprogramma) of geografisch (nabijheid).
Het vaststellen van een Omgevingsplan na invoering van de wet zal zeker enkele jaren in beslag nemen. Op grond van het overgangsrecht hoeft dit daarom ook pas uiterlijk in 2029 of 2030. Het verhaal van financiële bijdragen langs publiekrechtelijke weg is daarom in deze nota nog niet uitgewerkt. Gedurende de overgangstermijn en waarschijnlijk ook na vaststelling van het Omgevingsplan heeft het de voorkeur om het verhaal van financiële bijdragen op grond van een anterieure overeenkomst te regelen. Daarom is in deze nota deze vorm van verhaal nader uitgewerkt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Juridische grondslag en borging
Onderdeel van Nota kostenverhaal 2023 gemeente Land van Cuijk