Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie voor het gecombineerd aanbod van peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 bedraagt: De peutertoeslag, zijnde een bedrag per uur per deelnemende peuter waarvan ouders niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag. Als maximum uurtarief per (VVE-)peuterplaats wordt het maximale uurtarief kinderopvangtoeslag voor de dagopvang gehanteerd, overeenkomstig het Besluit kinderopvangtoeslag, minus de inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor de ouders. Hierbij wordt de indeling in inkomensgroepen van de adviestabel van de VNG gebruikt. Als maximum aantal uur per peuter geldt het aantal uur als bepaald in artikel 4 lid 2 onder a ii. Als maximum aantal uur per doelgroeppeuter geldt het aantal uur als bepaald in artikel 4 lid 2 onder b ii. Compensatie extra uren VVE-aanbod, voor een doelgroeppeuter waarvan de ouders voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komen en gebruik maken van het basisaanbod én het VVE-aanbod als bedoeld in artikel 4 lid 1 en 2. Als maximum geldt het maximale uurtarief kinderopvangtoeslag overeenkomstig het Besluit kinderopvangtoeslag voor maximaal 330 uur over anderhalf jaar. Een vast bedrag per maand per doelgroeppeuter. Dit bedrag is in 2026 € 266,46. Het college stelt jaarlijks vóór 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar de hoogte van dit bedrag vast. Dit is een vergoeding aan de houder per geplaatste doelgroeppeuter voor de extra werkzaamheden ten behoeve van het VVE-programma. 2. . De lokaalsubsidie voor tutoring bedraagt een vast bedrag per lokaal met gemiddeld minimaal acht doelgroeppeuters per jaar die aan het VVE-programma hebben deelgenomen. Dit bedrag is in 2026 maximaal € 14.955,05 per lokaal. Het college stelt jaarlijks vóór 1 juli van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar de hoogte van dit maximale bedrag vast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel