Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Aanvullende verplichtingen van de subsidie ontvanger

Onderdeel van Subsidieregeling onderwijsachterstandenbeleid en voorschoolse voorzieningen gemeente Delft 2023

1.. Naast de verplichtingen op grond van de artikelen 14, 15 ,16 van de ASV, zijn aan de subsidie bedoeld in artikel 4 de volgende verplichtingen verbonden: de houder voldoet aan alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kindercentra, gesteld bij of krachtens de wet; de houder voldoet aan de voorschriften gesteld bij of krachtens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; de houder voldoet aan alle Delftse eisen en afspraken zoals verwoord in het beleidskader en de verplichtingen op grond van de samenwerkings- en resultaatafspraken; de houder verschaft op verzoek informatie aan het college, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door het college aangewezen instanties; de houder legt de volgende informatie vast in een dossier en maakt dit toegankelijk voor controle door het college: een ondertekende overeenkomst tussen de ouders en de houder; inkomensverklaringen van de ouders en overige documenten op basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is uitgevoerd en de inschaling van de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden; indien van toepassing de verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag; specifiek voor de doelgroeppeuter: een afschrift van de indicatiestelling door de Jeugd Gezondheidszorg; de houder werkt met een integraal ontwikkelingsprogramma dat is opgenomen in de databank Effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; de houder maakt gebruik van het kindvolgsysteem KIJK en pedagogisch medewerkers zijn VVE-gecertificeerd en gecertificeerd voor het werken met het kindvolgsysteem KIJK; de houder maakt gebruik van het digitale verantwoordingssysteem Peutermonitor; de houder mag gedurende de subsidieperiode de werkelijke invulling van de (VVE-)peuterplaatsen aanpassen ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag; de houder die niet eerder subsidie van het college ontving voor (VVE-)peuterplaatsen krijgt een inspectie binnen 8 weken na de aanvraag. Tijdens dit onderzoek beoordeelt de GGD Haaglanden of de houder voldoet aan de voorwaarden in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Blijkt uit het inspectierapport dat de houder niet aan alle kwaliteitseisen VVE voldoet, dan komt deze niet in aanmerking voor subsidie. 2.. Het college kan op elk gewenst tijdstip een controle uitvoeren. Deze controle kan eventueel worden uitgevoerd door de (gemeentelijke) accountant.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel