Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.

Ruimere mogelijkheden op/grenzend aan het bouwblok

Onderdeel van LANDBOUWVISIE VEERE, DE AGRARIËR CENTRAAL!

Kleine windturbines In paragraaf 2.3 is aangegeven dat we een proeftuin willen starten voor een locatie waar kleinschalige windenergie kan plaats vinden. De gemeente heeft al een onderzoek uitgevoerd naar de fysieke mogelijkheden van kleinschalige windturbines in het buitengebied. Daarnaast is door agrariërs belangstelling getoond om te investeren in kleinschalige windturbines. Op basis van dit onderzoek zal het college voor 1 oktober 2023 een voorstel voor kleinschalige windenergie in het agrarisch middengebied doen aan de gemeenteraad. Mestopslag / Mesttekort In paragraaf 2.3 is geconstateerd dat de behoefte aan- en de beschikbaarheid van natuurlijke meststoffen op dit moment in Veere niet in balans is; er is een tekort aan meststoffen. Om dit tekort te compenseren, wordt nu mest uit Noord Brabant aangevoerd. Het transport dat hiervoor nodig is, staat haaks op het idee van korte kringlopen. Tegelijkertijd gaat het bij verduurzaming ook om het verminderen van de uitstoot van nutriënten en het gebruik van grondstoffen. Dit kan helpen om de balans weer enigszins te herstellen. Wij zien verschillende mogelijkheden om de balans tussen behoefte en beschikbaarheid van meststoffen meer in evenwicht te brengen: Verhogen van de mestproductie op Walcheren. Dit is beperkt tot uitbreiding van bestaande veehouderijen (zowel grondgebonden- als intensieve veehouderijen) of nieuwvestiging van grondgebonden veehouderijen. Dit is in het huidige bestemmingsplan buitengebied als zodanig geregeld. Mest langer in het gebied vasthouden. Zolang niet voorzien kan worden in mestopslag, zal de mest uitgereden moeten worden als de mestkelders vol zitten. In de winterperiode kan er helemaal geen mest uitgereden worden. De gemeente kan planologisch meewerken aan extra mestopslag. In het vigerende bestemmingsplan is mestopslag binnen het bouwvlak toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 5 meter en een inhoud van 2.500m3. Een andere mogelijkheid is om collectieve regionale mestopslag te realiseren waar meerdere agrarische bedrijven hun mest kunnen opslaan. Dit is in het bestemmingsplan niet specifiek mogelijk gemaakt. Maar ook een ondergrondse mestopslag behoort tot de te onderzoeken oplossingsrichtingen. In overleg met de sector zal worden onderzocht of het bieden van meer planologische ruimte voor collectieve mestsilo’s bijdraagt aan de oplossing van dit vraagstuk. De uitkomst van dit onderzoek wordt vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied. Belangrijk is dat met het gebruik van dierlijke mest het gebruik van kunstmest kan worden verminderd. Indirect wordt daarmee bijgedragen aan klimaatdoelstellingen, gezien de milieueffecten van de productie van kunstmest. Met de trend van het afnemend aantal agrarische bedrijven en een nagenoeg gelijkblijvend oppervlak cultuurgrond, wordt het gemiddelde bedrijfsoppervlak per bedrijf groter. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor nieuwe circulaire bedrijfs-concepten, zoals extensievere gemengde bedrijven die voorzien in hun eigen mestkringloop. De Grondbank Zeeland kan hier mogelijk een rol in spelen als het gaat om grondverwerving en efficiënte kavelverdeling. Wij onderzoeken samen met de sector of er vernieuwende wijzen zijn om met de mestvoorziening om te gaan. Dit kan gaan om productievormen waarvoor minder mest nodig is, waarbij tevens wordt bijgedragen aan het verminderen van zowel de uitstoot van nutriënten als het gebruik van grondstoffen. Mogelijk kan transport van mest over kortere afstanden of anderszins duurzamer plaats vinden, dan nu het geval is (transport vanuit Oost Brabant). Ook dit is het onderzoeken waard. Acties: Overleg met de sector over planologische mogelijkheden en experimenten om op vernieuwende wijze met mestvoorziening om te gaan.

Rechtspraak bij dit artikel