Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.3.

Ruimere mogelijkheden buiten het bouwblok

Onderdeel van LANDBOUWVISIE VEERE, DE AGRARIËR CENTRAAL!

Zoet water beheer/tegengaan verzilting/waterbassins De verzilting/gebrek aan zoet water is een probleem voor de huidige landbouw op Walcheren. Om dit probleem tegemoet te treden zijn er twee oplossingsrichtingen: Zorgen dat er voldoende zoet water beschikbaar blijft/komt; Zorgen dat de landbouw minder van zoet water afhankelijk is. Beschikbaarheid van voldoende zoet water. Met name in droge periodes verdampt er veel zoet water, waardoor de verzilting toeneemt. De waterbeheerder is bekend met dit fenomeen en tracht door beheersmaatregelen het effect te beperken, door bijvoorbeeld water zoveel mogelijk vast te houden in het gebied. Ook het aanvoeren van zoet water van elders kan bijdragen aan een oplossing. De gemeente heeft voor experimenten met natuurlijk zoetwaterbeheer € 100.000,- beschikbaar gesteld. Een vorm van water vasthouden betreft het aanleggen van waterbassins in het agrarisch gebied. Dit is conform het huidige bestemmingsplan Buitengebied buiten het bouwvlak vooralsnog verboden (art 3.5.1. BP Buitengebied). Op basis van de Landschappelijke Visie Waterbassins (gemeente Veere, oktober 2022) kan medewerking worden verleend aan bassins buiten het bouwvlak, via een buitenplanse omgevingsvergunning. Deze mogelijkheid zal in de komende herziening van het bestemmingsplan Buitengebied worden meegenomen en past binnen het provinciale beleid. Ook zal in deze herziening een ruimere maatvoering voor waterbassins binnen het bouwvlak worden opgenomen. Wij stellen voor om bij de aanleg van waterbassins te zoeken naar koppelkansen met andere doelen die we nastreven. Zo kunnen waterbassins bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit, als deze landschappelijk worden ingepast, of voorzien in bluswater in geval van brand. De gemeente stelt hiervoor subsidies beschikbaar. De aanleg van waterbassins is een investering, waarvan de individuele ondernemer moet afwegen of deze opweegt tegen de productiederving bij grote droogte. Het Stowa heeft hier onderzoek naar gedaan (waterreservoirs op bedrijfsniveau, zie link). In Nederland zijn diverse experimenten uitgevoerd, waaronder op Walcheren (Waterhouderij). We willen deze experimenten omzetten naar demonstratieprojecten, zodat de voorbeeldwerking breder verspreid kan worden. Ook hiervoor stelt de gemeente subsidies beschikbaar. Vormen van landbouw die minder afhankelijk zijn van zoet water Verzilting speelt in grote delen van Nederland, uiteraard met name in de kustregio’s. Er zijn experimenten gaande die niet de insteek kiezen van voldoende zoet water, maar van vormen van landbouw die minder afhankelijk zijn van zoet water. Zo wordt er op Texel geëxperimenteerd met plantenrassen die beter bestand zijn tegen zilt water. Dit gebeurt in combinatie met andere watermaatregelen (ander waterbeheer in de sloot, spaar-waterplan). De gemeente wil graag de verbindende schakel zijn tussen huidige experimenten elders in Nederland en de agrariërs in Veere. We onderzoeken in hoeverre dergelijke experimenten ook binnen de gemeente kunnen worden toegepast. We vragen andere stakeholders hierbij aan te sluiten. Voor experimenten die bijdragen aan deze waterproblematiek is een subsidiebudget beschikbaar van € 100.000,-. Mogelijkheden dierenwelzijn (schuilmogelijkheden) In paragraaf 2.3 is al aangegeven dat ruimte wordt geboden voor initiatieven die bijdragen aan dierenwelzijn. Vaak heeft dat betrekking op wettelijke eisen die gesteld worden aan bijvoorbeeld stalsystemen. De mogelijkheden moeten dan gevonden worden in de bebouwing op het agrarisch bouwvlak. Een effect van klimaatverandering betreft droge en warmere zomers. Dit pleit voor schaduwvoorzieningen voor vee, die gedurende de zomer in het open veld verblijven. Een permanente schuilgelegenheid buiten het bouwvlak is op basis van de provinciale verordening mogelijk indien dat noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering. Het bouwen van bouwwerken buiten het bouwvlak is volgens het huidige bestemmingsplan Buitengebied niet toegestaan. Wij stellen voor om tijdelijke schaduwdoeken en/of overkappingen in de zomerperiode toe te staan. Bij voorkeur zijn dat verplaatsbare voorzieningen, zodat het vee hier ook in andere weiden van kan profiteren. Een andere vorm van schaduw kan geleverd worden door opgaande beplanting. Voordeel is dat dit ook ten goede komt aan natuur en landschap. Nadeel is dat er niet direct voldoende schaduwwerking optreedt bij jonge aanplant. Agrariërs beschouwen deze mogelijkheid ook als inflexibel en omslachtig. Voor de aanleg is mogelijk een aanlegvergunning nodig en voor het te zijner tijd kappen van de beplanting een kapvergunning. We onderzoeken, samen met de klankbordgroep, hoe we dergelijke mogelijkheden kunnen meenemen in de volgende herziening van het bestemmingsplan Buitengebied. Daarbij kijken we vooral naar flexibiliteit in de toe te passen voorwaarden (noodzakelijk voor dierenwelzijn, landschap, eventueel ‘omzeilen’ van het aanleg-vergunningenstelsel en kaperordening). 4.4. Tijdelijke opslag buiten het bouwblok Bietenopslag kan niet altijd op het agrarisch bouwvlak plaats vinden. Opslag bij de betreffende akker kan veel transportbewegingen besparen. Ook het verwijderen van de modder op wegen tijdens de bietencampagne (verplichting) neemt hierdoor substantieel af. Kortom, tijdelijke opslag buiten het bouwvlak bespaart de agrariër tijd en kosten. Opslag van bieten kan plaatsvinden op Stelconplaten, die na de opslag verwijderd kunnen worden en het jaar daarop op een andere locatie gebruikt kunnen worden. De wenselijkheid van gezamenlijke opslag moeten nader worden onderzocht. Het opslaan van agrarische producten buiten het bouwvlak is nu alleen aan de randen mogelijk. Wij stellen voor om de opslag van agrarische producten in het hele Middengebied mogelijk te maken. Voor de aanleg van verhardingen groter dan 100 m2 is een vergunning voor werken en werkzaamheden nodig. Het toestaan van dergelijke opslag voor het hele Middengebied blijft daarmee afweegbaar. Wij stellen voor deze aanpassing in de eerst volgende herziening van het bestemmingsplan Buitengebied mogelijk te maken. 4.5. Stoppers in de sector Het beleid rondom voormalige agrarische bedrijven (VAB’s) en in samenhang daarmee het beleid over Nieuwe Economische Dragers (NED) is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied en de herzieningen die op het moederplan zijn gevolgd. Over dit beleid heeft recent een evaluatie plaats gevonden. De resultaten ervan worden verwerkt in de eerst komende herziening van het bestemmingsplan Buitengebied.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel