Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.6.

Gebiedsontwikkelingen in het agrarisch middengebied

Onderdeel van LANDBOUWVISIE VEERE, DE AGRARIËR CENTRAAL!

Gebiedsgerichte aanpak In hoofdstuk 3 is beschreven dat de provincie de gebiedsgerichte aanpak voor de Manteling aanstuurt en dat de gemeente actief deelneemt aan dit gebiedsproces. Inmiddels is uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering (WSN) gebleken dat voor heel Zeeland een reductiedoelstelling is opgenomen van 631 ton Ammoniak. De provincie zal hiervoor een gebiedsplan opstellen dat voor 1 juli 2023 aan het Rijk moet worden aangeboden. Voor dit onderwerp heeft de gemeente geen initiërende rol. Wel zal de gemeente de provincie ondersteunen en met hen samenwerken om met alle betrokken sectoren deze reductiedoelstelling waar te maken. Grondbank De stip op de horizon geeft aan dat op weg naar een toekomstbestendige landbouwsector de trend van schaalvergroting niet alleen doorzet, maar ook noodzakelijk is om tot toekomstbestendige landbouw te komen. Deze schaalvergroting zal mogelijk niet alleen op ‘organische’ wijze verlopen als het gaat om verwerving van gronden rond het bedrijf. Kavelruil kan daarbij oplossingen bieden. De Grondbank Zeeland kan in voorkomende gevallen mogelijk uitkomst bieden. De provincie is bevoegd gezag voor de inzet van dit instrument. In haar Nota Grondbeleid 2022 ziet de provincie dit instrument als belangrijk hulpmiddel om de transitie van het landelijk gebied vorm te geven en zo tot volhoudbare landbouw te komen. Hiervoor is het kavelruilbureau voor in het leven geroepen. De gemeente wil zich op haar beurt inspannen om de mogelijkheden van de Grondbank Zeeland onder de aandacht te brengen door hierover zowel met het kavelruilbureau als met agrarische ondernemers in gesprek te blijven. Mogelijk kan Veere participeren in de pilot (± 50 ha) die door de provincie wordt gestart. Veiligheid Op dit moment speelt veiligheid een rol bij de afweging van belangen als er zich nieuwe ontwikkelingen aandienen. Met betrekking tot verkeersveiligheid wordt de wegbeheerder (i.c. het waterschap) bij deze afweging betrokken. Om daadwerkelijk iets te kunnen doen aan de verkeersveiligheid in het buitengebied, spelen het landbouwroutenetwerk en het fietsnetwerk een belangrijke rol. Beide netwerken zijn speciaal voor die doelgroepen ingericht, maar zijn elkaar in de loop der jaren steeds meer gaan doorkruisen. Dat leidt tot knelpunten tussen zwaar landbouw-verkeer en (toeristische) fietsers. Er zijn echter ook agrarische bedrijven die gebaat zijn bij fietstoerisme. Ook het groenbeheer langs wegen en fietspaden zorgt soms voor onveilige situaties. De gemeente neemt het initiatief om met alle relevante partijen (agrarische- en recreatiesector, waterschap) de belangrijkste knelpunten en (on)mogelijkheden te inventariseren. Op basis daarvan wordt onderzocht welke maatregelen genomen kunnen worden en wie daarin het voortouw neemt (de wegen zijn in beheer bij het waterschap). Andere veiligheidsaspecten in de context van de landbouw liggen met name op het vlak van gezondheidsrisico’s van specifiek agrarisch gebruik. Het beleid op dit vlak is nog steeds actueel. Als gezondheidsrisico’s aan de orde zijn is advies van de GGD altijd een voorwaarde. Andere veiligheidsrisico’s zijn niet specifiek gebonden aan de agrarische sector. Daarvoor is ander beleid opgesteld (zoals in de omgevingsvisie).

Rechtspraak bij dit artikel