1.. De verlaging, bij gedragingen als bedoeld in artikel 7 en 8 lid 1, wordt vastgesteld op:

  • - 5 % van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
  • - 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
  • - 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.

2.. Het college kan een verlaging van categorie c over maximaal drie maanden toepassen. Waarbij over iedere maand minimaal 1/3 van de verlaging wordt toegepast.

3.. De verlaging bij gedragingen als bedoeld in artikel 8 lid 2 is blijvend. De hoogte van de verlaging is gelijk aan het inkomen dat belanghebbende zou hebben kunnen verwerven.