In de Wro is bepaald dat het rijk, provincie en gemeente voor hun grondgebied één of meer structuurvisie(s) moeten vaststellen. In deze structuurvisie worden de hoofdlijnen van een integrale ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd. Behalve richtinggevend voor het ruimtelijke beleid is de structuurvisie een juridische basis voor de vestiging van een voorkeursrecht voor ruimtelijke ontwikkelingen. De Wro schrijft voor dat het bestemmingsplan en het ontwerp een toelichting moeten bevatten waarin de financiële uitvoerbaarheid aannemelijk wordt gemaakt. Daarnaast bevordert de wet de omgang tussen de gemeente en een zelf ontwikkelende grondeigenaar (projectontwikkelaar) in situaties waarin de grond (deels) in handen is van de private partij. De Grondexploitatiewet biedt een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening, het stellen van locatie-eisen en eisen ten aanzien van onder andere woningbouwcategorieën bij particuliere grondexploitatie. Uitgangspunt van de wet is dat de gemeente kostenverhaal moet toepassen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Wet ruimtelijke ordening
Onderdeel van Nota Grondbeleid 2020-2024