1.. In afwijking van artikel 9, derde lid, van de Asv verstrekt het college slechts subsidie als uit de aanvraag blijkt dat:

  • - Er een prestatievoorstel is bijgevoegd waarbij de volgende onderdelen zijn beschreven:
    • - Op welke regiogemeente(n) de aanvraag betrekking heeft;
    • - De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, gespecificeerd naar soort activiteit en de beoogde subdoelgroep(en);
    • - Beoogd aantal cursisten of deelnemers per activiteit;
    • - Welke concrete resultaten aanvrager wil bereiken;
    • - Hoe deze resultaten gemeten en zichtbaar worden gemaakt;
    • - Planning van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
    • - Op welke wijze de activiteiten passen in de context van de lokale beleidsambities die beschreven staan in artikel 8 van deze regeling;
    • - Met wie en hoe aanvrager samenwerkt in de gemeente en/of regio;
    • - In hoeverre het aanbod is afgestemd op de doelgroep of een subdoelgroep;
    • - Hoe de doelgroep bereikt wordt, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de NT1- en NT2-subdoelgroep;
    • - Welke ervaring aanvrager heeft met het organiseren en uitvoeren van educatietrajecten voor de subdoelgroep;
    • - In geval van non-formele educatie, op welke wijze vrijwilligers betrokken zijn bij de activiteiten en hoe vrijwilligers worden geschoold;
    • - In geval van non-formele educatie, op welke delen van de standaarden en eindtermen de activiteiten gericht zijn;
  • - Er een gespecificeerde exploitatiebegroting is bijgevoegd van verwachte inkomsten en uitgaven, waaruit blijkt hoeveel subsidie de aanvrager verwacht nodig te hebben voor het uitvoeren van de activiteiten;

2.. Een aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier.