**a..** Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5, lid1 ‘Verslavingspreventie algemeen’:
Alle volledige aanvragen worden beoordeeld op basis van een puntensysteem. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een aanvraag ten minste 60% scoren voor elk afzonderlijk criterium. De organisatie met de meeste punten krijgt de subsidie verleend.
Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:
de mate waarin de aanvraag aansluit op de doelen en uitgangspunten in artikel 2 (maximaal 30 punten);
de mate waarin en de manier waarop de aanvrager leefwereld- en ervaringskennis en wetenschappelijke kennis over de actuele problematiek benut bij de onderbouwing van de aanvraag (maximaal 25 punten);
hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde financiële middelen (maximaal 20 punten);
de mate waarin de onderlinge samenhang tussen de verschillende activiteiten bijdraagt aan de gestelde doelen en uitgangspunten, d.w.z. de meerwaarde van een totaalpakket (maximaal 15 punten);
de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met interventies van andere partijen, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt (maximaal 10 punten).
**b..** Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5.2. ‘Verslavingspreventie ongelijk investeren’:
Alle volledige aanvragen worden beoordeeld op basis van een puntensysteem. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een aanvraag ten minste 60% scoren voor elk afzonderlijk criterium. De organisatie met de meeste punten krijgt de subsidie verleend.
Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:
de mate waarin en de manier waarop de aanvrager leefwereld- en ervaringskennis en wetenschappelijke kennis over de actuele problematiek benut bij de onderbouwing van de keuze voor de specifieke doelgroep, setting en wijk (w.o. Overvecht) (maximaal 30 punten);
de mate waarin de aanvraag aansluit op de doelen en uitgangspunten in artikel 2, in het bijzonder het verkleinen van gezondheidsverschillen (maximaal 20 punten);
de mate waarin de in de aanvraag voorgestelde aanpak bijdraagt aan het doel om de gekozen doelgroep effectief te bereiken en te ondersteunen (maximaal 20 punten);
hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde financiële middelen (maximaal 20 punten);
de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met interventies van andere partijen, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt (maximaal 10 punten);
**c..** Voor activiteiten bedoeld onder artikel 5.3. ‘Preventie KOPP/KOV-kinderen’:
Alle volledige aanvragen worden beoordeeld op basis van een puntensysteem. Om in aanmerking te komen voor subsidie moet een aanvraag ten minste 60% scoren voor elk afzonderlijk criterium. De organisatie met de meeste punten krijgt de subsidie verleend.
Bij de beoordeling van de subsidieaanvraag wordt getoetst aan de volgende criteria:
de onderbouwing van de keuze van de ingezette interventies in relatie tot de aard en omvang van de Utrechtse KOPP/KOV-doelgroep (maximaal 35 punten)
in de aanvraag wordt aangetoond dat “Richtlijn Kinderen van Ouders met Psychische Problemen / Verslavingsproblemen (KOPP/KOV) voor jeugdhulp en jeugdbescherming” (4e druk, 2020) wordt gehanteerd (maximaal 30 punten);
de (mate van) samenhang van de geplande activiteiten met andere interventies in de keten, waaruit afstemming en samenwerking met formele en informele samenwerkingspartners in de gemeente Utrecht blijkt, in het bijzonder de jeugd- en volwassenen GGZ (maximaal 20 punten);
de hoogte van het aangevraagde subsidiebedrag en de mate waarin er een realistisch verband bestaat tussen de activiteiten en de daarbij benodigde financiële middelen (maximaal 15 punten).