Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 5:18, eerste lid, intrekken indien:

  • - die vergunning is verleend op grond van door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
  • - de voorwaarden of voorschriften, bedoeld in artikel 5:19 niet worden nageleefd;
  • - de houder van die vergunning daartoe verzoekt.