• - Het college besluit bij schuldenproblematiek tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de teruggevorderde uitkering indien:
    • - redelijkerwijs te voorzien is dat de belanghebbende niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en;
    • - redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen en;
    • - de vordering van de gemeente wegens teruggevorderde inkomensvoorziening ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang.
  • - Het besluit tot kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in werking dan dat een schuldregeling tot stand is gekomen.
  • - Voordat het besluit tot kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid in werking treedt, kan het college besluiten om tijdelijk van invordering af te zien.