De regelgeving voor bodemsanering is vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) die op 1 januari 1987 inwerking is getreden. Op 1 januari 2006 is de Wet bodembescherming voor het laatst gewijzigd. De grote hoeveelheid verontreinigde locaties maakte dit noodzakelijk. Met de voortzetting van het toenmalige beleid zou het nog zeker honderd jaar duren voordat de Nederlandse bodem ‘schoon' is. De nieuwe regels moeten er voor zorgen dat de bodemverontreinigingsproblematiek in circa vijfentwintig jaar wordt beheerst. Dit door bodemsaneringen beter aan te laten sluiten bij de maatschappelijke dynamiek. Het doel is zo te komen tot een effectiever bodembeleid.
Inmiddels zijn wetsvoorstellen voor het mogelijk maken van gebiedsgericht beheer en van beleid voor de ondergrond (ontwerp algemene maatregel van bestuur bodemenergie) in een vergevorderd stadium. De verwachting is dat deze wijzigingen van de Wbb in 2012 in werking treden. De saneringsparagraaf waterbodems is reeds uit de Wbb gehaald en opgenomen in de Waterwet.
Circulaire bodemsanering
Op 1 mei 2006 is de Circulaire Bodemsanering 2006 in werking getreden. In deze Circulaire staat de uitwerking van het saneringscriterium centraal (vanuit artikel 37 Wbb), dat bepaald of bij een geval van ernstige verontreiniging aanleiding is voor een vorm van saneren of beheren. De Circulaire gaat ook in op de uitwerking van de sanerings-doelstelling zoals die is opgenomen in de gewijzigde tekst van artikel 38 van de Wet bodembescherming, en de wijze waarop de ernst en spoedeisendheid van een geval van bodemverontreiniging worden vastgesteld. Wijzigingen van de Circulaire hebben zich voorgedaan per 1 oktober 2008 en per 1 april 2009. Het ligt in de planning de circulaire begin 2012 opnieuw te wijzigen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 2.4.1
WET BODEMBESCHERMING
Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN