Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.3

OMGAAN MET ASBEST EN BODEMVREEMD MATERIAAL

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

De aanwezigheid van bodemvreemd materiaal kan niet altijd vooraf worden vastgesteld. Als tijdens de ontgraving van de bodem blijkt dat bodemvreemde materialen (asbest, plastic, slakken, huisvuil e.d.) of andere zintuiglijke afwijkingen, zoals afwijkende geuren, worden geconstateerd, moet worden gestopt met de werkzaamheden en moet contact worden opgenomen met de gemeente. Mogelijk is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en moet dit in het kader van de Wet bodembescherming worden opgepakt. Ook in verband met ARBO en de veiligheid en gezondheid van de mensen die in de grond werken is het van wettelijk verplicht de risico’s te inventariseren en passende maatregelen te treffen, conform de CROW-publicatie 1323CROW-publicatie 132 ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’. Als bij het graven in de grond significante hoeveelheden bodemvreemd materiaal worden aangetroffen of als er aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van asbest(verdacht) materiaal, dan wordt de grond niet meer als onverdacht beschouwd. De regio MARN beschouwt meer dan 5 volumeprocenten bodemvreemd materiaal (puin, koolas, glas, tempex e.d.) in de grond als significant. Een nadere invulling: grond met meer dan een zwakke/lichte bijmenging met bodemvreemde materialen betekent, meer dan 5 volumeprocenten bodemvreemd materiaal en dus verdacht. Ook in de volgende gevallen mag grond niet meer als onverdacht worden beschouwd: als in de grond visueel asbest(verdacht) materiaal wordt aangetroffen; indien in de grond asfaltbrokken worden aangetroffen; als sprake is van afwijkende geuren (olie, teer e.d.) en kleuren; bij alle overige aanwijzingen die wijzen op mogelijke verontreiniging van de bodem. Als de grond als verdacht is, zal minimaal een partijkeuring op de af te voeren grond plaats moeten vinden en is er mogelijk een reden zijn voor (nader) bodemonderzoek op deze locatie. Op grond van de Wet bodembescherming moet van dergelijke onverwachte verontreinigingsgevallen melding worden gemaakt bij de gemeente of de provincie.

Rechtspraak bij dit artikel