Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1

Artikel 5.1.1

INLEIDING

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Daarom moet bij ruimtelijke plannen een bodemtoets worden uitgevoerd. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit.

Rechtspraak bij dit artikel