Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.3

BINNEN INRICHTING MET MILIEUVERGUNNING

Onderdeel van Nota bodembeheer regio MARN

Soms worden bij de aanvraag van een milieuvergunning gegevens inzicht gevraagd in (de nulsituatie van) de bodemkwaliteit. Deze verplichting is dan opgenomen in de vergunning-voorschriften. Een bedrijf wordt alleen verplicht een (nulsituatie)¬bodem¬-onderzoek uit te voeren als het bedrijf potentieel bodembedreigende activiteiten heeft. Bij beëindiging van de milieuvergunning (bedrijfswijziging, verplaatsing etc.) is dan tevens een verklaring over de eindsituatie van de bodemkwaliteit nodig. Degene die voornemens is de activiteiten te beëindigingen dient dit te melden aan het Wm-bevoegd gezag. Indien het om een gedeeltelijke beëindiging van de bedrijfsactiviteiten gaat, moet voor dit gedeelte een eindsituatie worden vastgelegd. Het eindsituatie-onderzoek moet qua opzet gelijkwaardig zijn uitgevoerd aan het nulsituatie-onderzoek. In het geval dat er een verschil wordt geconstateerd tussen de bodemkwaliteit vastgesteld tijdens de nulsituatie en die bij de eindsituatie zal de gemeente, in het kader van de zorgplicht Wbb (art. 13 Wbb) en/of de Wet Milieubeheer (art.1.1a Wm), maatregelen eisen dat de bodem in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Als terugsaneerwaarde wordt daarbij het concentratieniveau gehanteerd dat vastgesteld is in het nulsituatie onderzoek. De initiatiefnemer dient de sanering te melden bij de gemeente en de gemeente houdt toezicht op de uitvoering. Na afloop van de sanering dient de initiatiefnemer een evaluatieverslag te overleggen. Eisen aan bodemonderzoek Het bodemonderzoek mag niet ouder zijn dan het termijn dat in de Wm-vergunning is opgenomen. Is er geen termijn opgenomen dan geldt een geldigheidsduur van 5 jaar. In situaties dat binnen de onderzochte locatie tussentijds werkzaamheden met grondverzet in de bodem hebben plaatsgevonden, er aanwijzingen zijn voor nieuwe verontreinigingen of er sprake is van mobiele verontreinigingen, hanteert de gemeente een kortere geldigheidsduur (maatwerk). Bodemonderzoeken van na 1 juli 2008 dienen te voldoen aan de BRL-2000. Het bureau dat het onderzoek heeft uitgevoerd, moet in het kader van de Kwalibo-regeling erkend te zijn door SenterNovem/Bodemplus (thans Agentschap NL). Eisen aan melding voorafgaand aan sanering Minimaal 6 weken voorafgaand aan de sanering, of eerder als hiervoor in de Wm-vergunning een korter termijn opgenomen is, meldt de initiatiefnemer de voorgenomen werkzaamheden bij de gemeente. De melding gebeurt via een plan van aanpak. Voor complexe gevallen kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen. De gemeente heeft 6 weken om de melding te toetsen en geeft schriftelijke reactie. Eisen aan uitvoering De sanering van nieuwe gevallen valt onder de Kwalibo regelgeving. Dat betekent dat de aannemer en de milieukundige begeleiding gecertificeerd dienen te zijn voor de BRL-7000, respectievelijk BRL-6000. Eisen aan evaluatieverslag Binnen 6 weken na afronding van de sanering overhandigt de initiatiefnemer een evaluatieverslag aan de gemeente. De gemeente heeft 6 weken om het evaluatieverslag te beoordelen en geeft schriftelijke reactie.

Rechtspraak bij dit artikel