Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande:
Op achterdakvlak of niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak
Toelichting
Een dakkapel aan een achterkant is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan.
Algemeen
De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw.
Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw.
Geen dakkapel in dakvlak met dakhelling minder dan 30°.
Plaatsing
Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn.
Minimaal onder de nokvorst en minimaal 0,5 meter dakvlak ter weerszijden van de dakkapel, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers, en bij eindsituaties afstand van minimaal 2 meter tot de zijkant van het dakvlak.
Verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel 0,8 tot 1,2 meter.
Vorm
Plat afgedekt.
Bij dakhelling >45° is aangekapte dakkapel met dakhelling >25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0 meter onder nok blijft.
Maatvoering
Hoogte (van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord/ daktrim) maximaal 50% van de (verticale) hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,75 meter.
Materiaal- en kleurgebruik
Afgestemd op hoofdgebouw.
Het voorvlak van een dakkapel is gevuld met glas; geen dichte panelen of borstwering..
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Dakkapellen aan de achterkant
Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”