Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Dakkapellen aan de achterkant

Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”

Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande: Op achterdakvlak of niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak Toelichting Een dakkapel aan een achterkant is in het algemeen passend vormgegeven als aan onderstaande principes wordt voldaan. Algemeen De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het hoofdgebouw. Geen dakkapel op bijgebouw, aan- of uitbouw. Geen dakkapel in dakvlak met dakhelling minder dan 30°. Plaatsing Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn. Minimaal onder de nokvorst en minimaal 0,5 meter dakvlak ter weerszijden van de dakkapel, ook ten opzichte van hoek- en kilkepers, en bij eindsituaties afstand van minimaal 2 meter tot de zijkant van het dakvlak. Verticale afstand van dakvoet tot onderzijde dakkapel 0,8 tot 1,2 meter. Vorm Plat afgedekt. Bij dakhelling >45° is aangekapte dakkapel met dakhelling >25° mogelijk mits hoogte van voet dakkapel tot druiplijn minder dan 1,3 meter bedraagt en de dakkapel minimaal 1,0 meter onder nok blijft. Maatvoering Hoogte (van voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord/ daktrim) maximaal 50% van de (verticale) hoogte van het dakvlak, met een maximum van 1,75 meter. Materiaal- en kleurgebruik Afgestemd op hoofdgebouw. Het voorvlak van een dakkapel is gevuld met glas; geen dichte panelen of borstwering..

Rechtspraak bij dit artikel