Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Zonnecollectoren, -panelen

Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”

Wanneer niet vergunningsvrij of via KAN bepaling dan geldt het onderstaande: Plaatsing In het achtererfgebied (NB: niet vergunningvrij) Zonnecollectoren en zonnepanelen regelmatig ordenen op een lijn en/of in de vorm van een rechthoek of een vierkant ten behoeve van clustervorming. Kies de positie voor panelen in afstemming met opgaand groen (voorkom dat waardevol groen moet wijken. Niet op erfranden ter voorkoming van negatief visueel effect naar omgeving. Schuin dak (NB is onder voorwaarden vergunningsvrij - onderstaande is advies) Zonnecollectoren en/of -panelen in of direct op het dakvlak plaatsen. De hellingshoek van de zonnecollectoren en/of zonnepanelen is hetzelfde als die van het dakvlak waarop ze staan. De zonnecollectoren en/of zonnepanelen zijn op minimaal 1 meter afstand van de nok, dakrand, goot, dakramen en/of dakkapellen aangebracht. De zonnecollectoren en zonnepanelen regelmatig ordenen op een lijn en/of in de vorm van een rechthoek of een vierkant. De zonnecollectoren en zonnepanelen niet rondom een dakraam of dakkapel aanbrengen. De plaatsing van de zonnecollectoren en zonnepanelen vertoont samenhang met dakramen, dakkapellen, schoorstenen, afvoerkanalen, antennes etc. Plat dak (NB is onder voorwaarden vergunningsvrij - onderstaande is advies) De zonnecollectoren of zonnepanelen zijn ten minste net zo ver verwijderd van de dakrand als de zonnecollectoren of zonnepanelen hoog zijn. Is het hoogste punt van de zonnecollector bijvoorbeeld 50 cm, dan moet de afstand tot de dakrand(en) ook minimaal 50 cm zijn. Vorm Afgestemd op de context van het gebied. Herhaling van uniforme exemplaren. Kleur en materiaal Bij voorkeur donker (inclusief omranding). Bij voorkeur niet reflecterend.

Rechtspraak bij dit artikel