Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Mestvergistingsinstallaties bij agrarisch erf

Onderdeel van Welstandsnota “Ontwerpprincipes voor het bouwen in Achtkarspelen”

Objectbeschrijving (Mest-)vergistingsinstallaties maken deel uit van de schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van agrarische bedrijven. Deze relatief omvangrijke installaties hebben een eigen verschijningsvorm. De meest voorkomende installaties bestaan doorgaans uit twee silo’s (vergister en navergister) en een aantal secundaire elementen. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo’s. De vergister is een betonnen silo met veelal een diameter van 15 à 16 meter en een hoogte boven maaiveld van ca. 5 meter. Deze silo is geïsoleerd; de buitenkant is bekleed met groene stalen beplating in verticaal damwandprofiel. Het dak is een kunststof, gasdicht membraan dat door de druk een bolle vorm aanneemt. De navergister is een grotere silo met een diameter van 23 tot 35 meter en een hoogte boven maaiveld van eveneens circa 5 meter. De betonnen silo is niet geïsoleerd zodat de wanden een lichtgrijze kleur hebben. Het dak is een gespannen kap van PVC en heeft een afgeplatte kegelvorm. Van de secundaire elementen is de gasmotor de belangrijkste. Deze motor zet het biogas om in energie en is doorgaans ondergebracht in een zeecontainer. Installaties kunnen echter ook bestaan uit een groter aantal kleinere maar hogere silo’s. Beleid, waardebepaling en ontwikkeling De boerderijen zijn vanwege hun afmetingen en verschijningsvorm sterk bepalend voor het ruimtelijke beeld van het buitengebied. De intrede van de mestvergistingsinstallaties maakt deel uit van de ontwikkeling van schaalvergroting en uitbreiding van nevenactiviteiten van boerenbedrijven. Hoewel de ontwikkelingen in het buitengebied hoofdzakelijk in het bestemmingsplan worden geregeld, zijn de ontwerpprincipes met name gericht op een evenwichtige afstemming van de installaties op de bestaande bebouwing en een goede inpassing op het erf. Een compacte opstelling van de bebouwing moet voorkomen dat het open gebied te zeer wordt versnipperd, terwijl een goede hiërarchie van de woon- en bedrijfsbebouwing moet zorgen voor een blijvende herkenbaarheid van de verschijningsvorm van het boerenbedrijf. Het beleid is gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. 4.2 MESTVERGISTINGSINSTALLATIES (bijagrarisch erf) Referentiefoto’s algemeen Gebiedskenmerken en principes Vooraf Voldoet u aan het bestemmingsplan en aan onderstaande aanwijzingen dan is beoordeling goed te doen. Extra aandacht is nodig bij de volgende situaties: U wilt een verbijzondering? Uw plek is een zichtlocatie? Bespreek dit via vooroverleg* Uw pand staat op de monumentenlijst Plaatsing In agrarisch gebieden op boerenerf Ondergeschikt, d.w.z. doorgaans achter op het erf, zo min mogelijk zichtbaar vanaf het openbaar domein Binnen al dan niet uitte breiden erfbeplanting Compacte opstelling, maaktdeel uit van een evenwichtige compositie Hoofdvorm Beperkt aantal primaire elementen (2 à 3). Dit om eente groot serie-effect en versnippering te vermijden Vormt onderdeel van een evenwichtige compositie van bedrijfsgebouwen Opmaak Zowel de wandenals de kap in een gedekte kleur,per cluster in dezelfde donkere (groen, grijs)kleur Geen hoogglanzende materialen * Via vooroverleg wordt samen gekeken naar de beste oplossing. Dit leidt tot een advies waarmee u uw bouwplan kunt verfijnen ten behoeve van een omgevingsvergunningaanvraag. Bij de beoordeling van die aanvraag wordt dan het advies van het vooroverleg gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel