**1..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om op grond van artikel 1.13 van de Wko een tegemoetkoming te verstekken aan een uitkeringsgerechtigde ouder als aanvulling op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst.
**2..** Een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wordt verstrekt indien:
de kinderopvang naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de scholing of re-integratie van de uitkeringsgerechtigde;
de kinderopvang voldoet aan de bepalingen genoemd in de Wko;
de kinderopvang betrekking heeft op een ten laste van de ouder komend kind.
**3..** In afwijking van het gestelde in lid 2 kan het college een tegemoetkoming verstrekken aan een ouder, voor de duur van maximaal zes maanden, indien:
de ouder minimaal drie maanden een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ heeft ontvangen; en
is uitgestroomd door het aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, dan wel het vestigen als zelfstandige ondernemer.
**4..** Een ouder en diens partner worden voor de toepassing van deze nadere regels geacht gezamenlijk één aanspraak op een tegemoetkoming te hebben.
HOOFDSTUK 9
Artikel 9.1a
Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang
Onderdeel van Nadere regels re-integratie gemeente Weert 2023