Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Ondermandaat

Onderdeel van Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

1.. De aan een directeur gemandateerde bevoegdheden kunnen, met uitzondering van de bevoegdheden die aan de directeur blijven voorbehouden, worden ondergemandateerd aan: afdelingshoofden en andere functionarissen binnen de eigen directie, of functionarissen die niet werkzaam zijn voor het organisatieonderdeel en die zijn aangewezen in de zin van artikel 5, eerste lid, of artikel 7, eerste lid, van de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023. 2.. Ondermandaat door een directeur wordt verleend bij besluit en wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad en opgenomen in de openbare registers voor mandaten. 3.. Voorbehouden aan de stedelijk directeuren en de directeuren blijven de volgende bevoegdheden: het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van hoofdstuk 2 van de Cao Gemeenten (arbeidsovereenkomst) in combinatie met titel 7.10 Burgerlijk Wetboek(arbeidsovereenkomst); het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van titel 7.10, afdeling 9, van het Burgerlijk Wetboek (einde van de arbeidsovereenkomst) voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft; het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen in de zin van artikel 7:670b Burgerlijk Wetboeken titel 7.15 Burgerlijk Wetboek(vaststellingsovereenkomst), voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft; het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van artikel 11.4 van de Cao Gemeenten (schorsing als ordemaatregel); het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen verband houdende met a tot en met d. 4.. Afdelingshoofden en teammanagers wijzen een ander afdelingshoofd respectievelijk een andere teammanager binnen het organisatieonderdeel aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis. 5.. Het is afdelingshoofden, teammanagers en teamleiders niet toegestaan om ondermandaat te verstrekken. 6.. Bij het ondermandaat kunnen kaders en beperkingen worden vastgesteld die de reikwijdte van het mandaat beperken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel