**1..** Het bevoegd gezag kan de vergunning intrekken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften bedoeld in
artikel 9 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
zwaarder dient te wegen;
binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de
vergunning geen begin met de werkzaamheden is gemaakt;
tussen het begin en het einde van de werkzaamheden deze
werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26
weken stilliggen.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 13
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Gulpen-Wittem 2010